Schoolgids 2009-2010
Inhoudsopgave Afdrukbare weergave: schoolgids (.pdf)

Voorwoord

1. Algemeen

  • 1.1 Adres en bereikbaarheid
  • 1.2 Het bestuur
  • 1.3 De schoolleiding
  • 1.4 Historisch overzicht
  • 1.5 Strategisch plan en afdelingsplannen

2. De visie

  • 2.1 Inleiding
  • 2.2 Teams
  • 2.3 Een ontwikkelingsgericht leer- en leefklimaat
  • 2.4 Veiligheid
  • 2.5 Leerlingbegeleiding
  • 2.6 De actieve school
  • 2.7 Ouders
  • 2.8 Huisvesting
  • 2.9 Communicatie

3. De visie vertaald

  • 3.1 Schoolontwikkelingsbeleid
  • 3.2 Vernieuwing onderbouw
  • 3.3 Kernkeuzes leerstof in de onderbouw
  • 3.4 Kernkeuzes pedagogisch didactisch handelen in de onderbouw
  • 3.5 Leerlingbegeleiding
  • 3.6 Bijzondere activiteiten
  • 3.7 ICT
  • 3.8 Burgerschapsvorming

4. Organisatie van het onderwijs

  • 4.1 De opbouw van de school
  • 4.2 Afdelingen en leerjaren
  • 4.3 Onderwijstijd en lessentabellen
  • 4.4 Lestijden m.i.v. schooljaar 2009-2010
  • 4.5 Lesuitval en vervanging
  • 4.6 Beoordeling, rapportage en overgangscriteria
  • 4.7 Schoolregels en afspraken
  • 4.8 Vakantierooster
  • 4.9 Benodigdheden

5. Inspraak en medezeggenschap

  • 5.1 Medezeggenschapsraad (MR en GMR)
  • 5.2 Ouderraad
  • 5.3 Klankbordgroepen
  • 5.4 Leerlingenstatuut
  • 5.5 Contacten tussen ouders en school
  • 5.6 De Rietstengel

6. Functionarissen

  • 6.1 Schoolleiding
  • 6.2 Afdelingsleiders
  • 6.3 Conciërges
  • 6.4 Mentoren
  • 6.5 Studiebegeleiders
  • 6.6 Decanen
  • 6.7 Orthopedagoog

7. Financiën

  • 7.1 Financiële middelen
  • 7.2 Ouderbijdrage
  • 7.3 Leermiddelen en garderobekastje
  • 7.4 Schade, aansprakelijkheid en verzekeringen
  • 7.5 Tegemoetkoming studiekosten

Bijlagen

Voorwoord
Dit is de schoolgids 2009/2010 van scholengemeenschap De Rietlanden. Deze gids bevat kerninformatie over deze school. Oftewel, dit is een beknopt overzicht met de belangrijkste informatie over en gegevens van deze school.
Naast de schoolgids is er nog een aantal andere belangrijke informatiebronnen:
- de programma’ s van toetsing en afsluiting,
- de examenreglementen,
- het leerlingenstatuut,
- het schoolplan.
Deze documenten kunt u digitaal op onze site vinden. Daarnaast krijgt elke leerling die in de 4e, 5e of 6e klas zit, aan het begin van het schooljaar een boekje uitgereikt met daarin opgenomen een programma van toetsing en afsluiting (pta) en de examenreglementen. Schoolplan en leerlingenstatuut liggen in papieren vorm op de school ter inzage en kunnen daarnaast via de administratie van de school aangevraagd worden.
Natuurlijk staat niet alles in deze documenten. Wilt u meer weten, neem dan contact op met de school om telefonisch informatie op te doen of om met één van onze medewerkers een afspraak te maken. Wij organiseren door het jaar heen een aantal kennismakingsbijeenkomsten en voorlichtingsavonden. Ook zijn er regelmatig spreekavonden waarop ouders de mentor en andere medewerkers kunnen spreken. Wij hopen dat ouders daar ruim gebruik van maken, want wij achten een regelmatig contact met hen van groot belang voor een plezierige en succesvolle schooltijd van hun kinderen.
Hans Terbach, rector
Algemeen

1.1 Adres en bereikbaarheid
Naam school: De Rietlanden
Schooltype: Scholengemeenschap voor Vmbo/Havo/Atheneum
Adres: Grietenij 22-02
Postbus 2030
8203 AA Lelystad
Telefoon: 0320-295959
Fax: 0320-295900
Homepage: www.rietlanden.nl
E-mail: info@rietlanden.nl


Inspectie van het Onderwijs: Info@owinsp.nl
www.onderwijsinspectie.nl
Vragen aan de inspectie over onderwijs: 0800 - 8051 (gratis)
Klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld:
meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 – 111 3 111 (lokaal tarief)


Informatiepunt voor ouders:0800-5010 (gratis) tussen 10.00-15.00 uur of op www.50tien.nl
Interne telefoonnummers (conciërge, medewerkerkamers etc.) zijn niet rechtstreeks van buiten te
bereiken, deze kunnen alleen via de administratie doorgeschakeld worden.

De school is te bereiken vanaf NS-station Lelystad Centrum met lijn C. Vertrektijden 4, 19, 34 en 49 minuten over het heel. De bus doet er twee minuten over tot halte De Rietlanden.
Vertrektijden vanaf halte De Rietlanden naar NS-station Lelystad Centrum: 2, 17, 32 en 47 over het heel.
Vanaf 22.00 uur is er een halfuursdienst: vertrek bij De Rietlanden om 2 en 32 over het heel.
1.2 Het bestuur
Het bevoegd gezag van De Rietlanden is na een bestuurlijk samengaan van de besturen van Arcus, SGL en De Rietlanden in 2007 de Stichting Voortgezet Onderwijs Lelystad (SVOL). Het betreft een privaatrechtelijke stichting.
De bestuursleden zijn: Theo Afman (bestuursvoorzitter), Alois Banken, Bart Jan Binnerts, George Hartmann, Henk de Kruyk, Anneke Leeuwe en
Bas Jan van Bochove.
Er is een centrale directie van drie personen voor de drie scholen gezamenlijk.
Adresgegevens van de voorzitter van het bestuur:
de heer T. Afman (per 1 januari 2010 mw. A. Leeuwe)
p/a Lindelaan 99
8224 KR Lelystad
De website van het bevoegd gezag is www.vo-lelystad.nl
Binnen het bevoegd gezag zijn de denominaties van de drie onder het bestuur ressorterende scholen gehandhaafd. Ook in het proces van herschikking blijft de denominatieve identiteit een factor van betekenis, evenals de onderwijskundige identiteit van de scholen. De constellatie moet een
onderwijskundige meerwaarde opleveren ISG Arcus is een interconfessionele school en de SGL en De Rietlanden zijn algemeen bijzondere
scholen onder het gevormde bevoegd gezag. Binnen de algemeen bijzondere identiteit van de SGL en De Rietlanden, blijven de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs gehandhaafd, zijnde:
- algemene toegankelijkheid;
- openbaarheid van vergadering;
- levensbeschouwelijke neutraliteit.
Voor wat betreft de algemene toegankelijkheid is er geen verschil tussen ISG Arcus en de twee andere scholen. De algemene toegankelijkheid is in de statuten op stichtingsniveau vastgelegd. Dat houdt in dat geen van de drie scholen leerlingen kan weigeren die gekwalificeerd zijn voor het onderwijs binnen de school en zicht hebben op minimaal een diploma voor de basisberoepsgerichte leerweg Op middellange termijn (van enkele jaren) moet het bestuurlijk samengaan van de drie scholen tenminste de volgende concrete resultaten laten zien:
- nieuwe opleidingen en bovenschoolse voorzieningen;
- afstemming in het onderwijsaanbod;
- een breder aanbod van vakken binnen de scholen gezamenlijk;
- financieel gezonde scholen;
- lichte groei van het leerlingenaantal en van de werkgelegenheid;
- een plan voor de gewenste soorten schooltypes op scholen en locaties;
- intensief overleg met de lokale overheid over de realisatie van dit plan;
- het bestuur is een moderne, betrouwbare en aantrekkelijke werkgever met modern personeelsbeleid.
Het bevoegd gezag evalueert na 4-5 jaar of deze resultaten gerealiseerd zijn.
Er is een centrale directie van drie personen voor de drie scholen gezamenlijk. Er is vastgelegd dat er in de eerste jaren een duidelijke koppeling blijft tussen een lid van de centrale directie en één van de scholen. Met andere woorden, de centrale directie voert gezamenlijk het bovenschoolse beleid, en elk van de drie leden van de centrale directie is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding op één van de scholen.
Afhankelijk van de ontwikkelingen zal op een termijn van enige jaren de dubbelrol van de leden van de centrale directie plaats kunnen maken voor een uitsluitend bovenschoolse rol. Dat zal niet leiden tot vergroting van de managementformatie in zijn geheel. De managementformatie blijft binnen de grenzen van de berekeningsnormen van het Ministerie van OCW. Na vier jaar zal de keuze voor een centrale directie worden geëvalueerd.
1.3 De schoolleiding
De schoolleiding bestaat tijdens het cursusjaar 2009-2010 uit één functionaris: de rector (Hans Terbach). Zijn taken liggen vooral op het strategisch beleidsvlak en het aansturen van de afdelingsleiders. In voorkomende gevallen kan via de administratie een afspraak gemaakt worden.
Hij beheert de portefeuille ‘Financiën en huisvesting’ en vormt samen met de rectoren van de andere scholen die onder hetzelfde bestuur vallen
(Jan Schrijnemaekers van de Arcus, met de portefeuille ‘Personeel en Anja Veelenturf van de SGL met als portefeuille ‘Onderwijs’) de Centrale Directie.
Voorzitter daarvan is Jan Schrijnemaekers.
1.4 Historisch overzicht
In 1978 besloot het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders - Lelystad bestond immers nog niet als gemeente - om in verband met de snelle aanwas van het aantal inwoners een tweede openbare school voor voortgezet onderwijs te openen. Omdat toentertijd deze pas opgerichte school nog niet over een eigen gebouw beschikte, werd gestart in het plaatselijke hotel.
De school startte officieel in een houten noodgebouw in de wijk Schouw. Lelystad hoorde in de zeventiger jaren toegankelijk te zijn voor elke westerling die op zoek was naar een adequate woonruimte en zo kwam het dat met de enorme groei van het aantal inwoners de school zich in leerlingaantal zou verdubbelen. Eind 1979 werd het eerste gedeelte van het huidige gebouw opgeleverd en een jaar lang pendelden docenten tussen Schouw en Rietlanden heen en weer om afwisselend eerste en tweede klassen les te geven. Op 28 januari 1982 werd het complete gebouw van De Rietlanden officieel geopend door de toenmalige staatssecretaris van onderwijs, drs. W.J. Deetman.
Tot 1988 zou het leerlingenaantal blijven stijgen tot zo’n 1500 leerlingen (met een top van 1548), waardoor de school genoodzaakt was om extra onderkomen te zoeken.
Reeds vanaf de start heeft de school als uitgangspunt gehanteerd dat het openbare karakter van de school zich zou moeten uiten in brede toegankelijkheid. Niet alleen leerlingen van alle gezindten, maar bovenal leerlingen met de meest uiteenlopende kwaliteiten dienden een eigen plekje in de school te kunnen veroveren: weliswaar samen, maar toch uniek.
Het is goed te kunnen constateren dat een belangrijk element van de huidige visie (‘Op onze school is plaats voor de initiatiefrijke leerling die uitgedaagd wordt om zijn mogelijkheden volledig te benutten’) al in 1980 een van de belangrijkste uitgangspunten voor het onderwijsconcept vormde. Heterogeniteit
stond hoog in het vaandel en door basis-, herhalings- en verrijkingsstof aan te bieden, moest recht worden gedaan aan de mogelijkheden van de leerling, zodat hij/zij naar het meest geschikte schooltype zou kunnen doorstromen.
Later is de school daarnaast gaan inspelen op leerlingen met specifieke kwaliteiten: zij die sportief buitengewoon getalenteerd zijn, konden en kunnen gebruik maken van allerhande faciliteiten om de uitoefening van hun sport met leren te combineren. En dat geldt ook voor hen die op cultureel terrein
hun sporen willen verdienen. Ook zij kunnen rekenen op onderwijs op hun maat.
De school blijft meegaan met de veranderingen en wil zo altijd een stimulerende omgeving vormen voor jonge mensen om kennis op te doen, te delen en uit te dragen.
Na jarenlange krimp waardoor het leerlingenaantal daalde naar ongeveer 850 leerlingen, groeit de school de laatste jaren weer. Met mate, want de school wil niet meer zo groot worden als zij ooit was.
Een leerlingaantal tussen de 1000 en 1100 is het streven. In het schooljaar 2008-2009 was het aantal leerlingen op de teldatum van 1 oktober in totaal 940. Op 1 oktober 2007 was dat 936. Ondanks een relatief grote uitstroom van gediplomeerde schoolverlaters vond er dus toch een lichte groei plaats,
hetgeen optimistisch stemt over de haalbaarheid van het uiteindelijke streefgetal.
1.5 Strategisch plan en afdelingsplannen

Het thans geldend strategisch plan (schoolplan) bestrijkt de jaren 2007-2010 en is getiteld ‘Koersvast in de versnelling’. Het is de opvolger van
‘Koersvast in beweging 2004-2007’.
In een strategisch plan worden de hoofdpunten van beleid voor de onderdelen onderwijs, personeel, externe omgeving, bedrijfsvoering, huisvesting, financiën en kwaliteitszorg voor 4 jaar op een rij gezet. Daarnaast bestaan er voor elke afdeling afdelingsplannen. Deze zijn afgeleid van de hoofdpunten van beleid zoals verwoord in het strategisch plan. Afdelingsplannen worden jaarlijks opgesteld (en jaarlijks geëvalueerd), maar kunnen wel meer jaren beslaan. De afdelingsplannen worden zo opgesteld dat na enige tijd kan worden vastgesteld of de nagestreefde doelen wel of niet zijn bereikt. Daarvoor wordt het volgende format gebruikt:

1 Wat is de activiteit?
2 Waarom gaan we dit doen?
3 Wat moet het opleveren?
4 Wie voert de activiteit uit?
5 Welke middelen zijn nodig?
6 Wat is het tijdpad?
7 Wanneer wordt er geëvalueerd?
8 Hoe wordt er geëvalueerd?
9 Hoe gaat het verder?

2. De visie
2.1 Inleiding
De Rietlanden wil een school zijn die haar leerlingen leert een in alle opzichten mondig wereldburger te zijn. Dit bereikt zij door hen vaardigheden aan te leren die van fundamenteel belang zijn: het kunnen samenwerken, plannen, communiceren en presenteren. Immers, als een leerling later als een
volwaardig lid aan het maatschappelijk verkeer wil deelnemen, zal hij of zij goed moeten kunnen functioneren in teamverband, een planning moeten kunnen maken, in staat dienen te zijn in overlegsituaties een goede inbreng te hebben en zichzelf en de ander moeten kunnen ‘verstaan en
begrijpen’. Daarnaast is het van groot belang dat de leerling zichzelf en zijn ideeën nu en straks op een duidelijke wijze aan zijn medeburgers kan presenteren.
De Rietlanden wil ook een school zijn waar het prettig toeven is: het wil een goed onderwijs- en leefklimaat bieden voor zowel leerlingen als medewerkers. Tot slot wil De Rietlanden een lerende organisatie zijn, waar naast resultaatgericht onderwijs veel aandacht uitgaat naar het leerproces. Immers, een organisatie die succesvol wil blijven, moet in staat zijn zich voortdurend aan te passen aan en te anticiperen op de maatschappelijke ontwikkelingen.
2.2 Teams
Dit alles heeft op De Rietlanden duidelijke consequenties voor de organisatie: de verantwoordelijkheden worden zo laag mogelijk gelegd. Zowel van leerlingen als medewerkers wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid willen dragen voor het eigen handelen, maar ook voor het reilen en zeilen van de school als geheel.
Behalve de aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid wordt er gewerkt aan verdere teamvorming. In de onderbouw gebeurt dit door de invoering van zogenaamde kernteams die de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de pedagogische en onderwijskundige invulling van een aantal klassen voor
hun rekening nemen, met als uiteindelijk doel het beste uit de leerlingen naar voren te laten komen.
Mede voor dit doel wordt een aantal projecten per jaar geëntameerd.
In de bovenbouw van het Vmbo gebeurt dit op vergelijkbare wijze door het zogenaamde TL-team. In dit team wordt vooral geprobeerd de aansluiting naar het MBO en de Havo te verbeteren door het oefenen van vaardigheden bij de sectorwerkstukken, het verder vergroten van het zelfstandig werken en het optimaliseren van het pedagogisch klimaat.
In de Tweede Fase wordt dezelfde lijn voortgezet door het werken met vakoverstijgende samenhangende projecten, waarbij gefocust wordt op samenwerking tussen mensen en vakken.
De voortdurende aandacht voor verbetering van het onderwijs heeft uiteraard ook gevolgen voor de didactische werkvormen, waarbij er steeds meer aandacht komt voor (zelf)reflectie, procesbeoordeling en bijsturing. Vanzelfsprekend is het werken hieraan een continu proces dat door de hele school heen merkbaar is en de komende jaren ook merkbaar blijft.
2.3 Een ontwikkelingsgericht leer- en leefklimaat
Belangrijk in deze visie is de ontplooiing van leerlingen en medewerkers. De Rietlanden streeft er naar dat zij hun capaciteiten en talenten ten volle ontwikkelen. Onze school wil initiatiefrijke leerlingen, die zich uitgedaagd voelen om hun mogelijkheden volledig te benutten. De school besteedt extra zorg en aandacht aan de zowel cognitief minder begaafde als de cognitief hoog begaafde leerlingen en zij tracht rekening te houden met de wensen van en verschillen tussen leerlingen door het aanbieden van onderwijs op maat, ook door tegemoet te komen aan de verschillen in leerstijl tussen de leerlingen.
Wij zijn een relatief kleine school gezien het aantal afdelingen. Dat leidt tot bescheiden mogelijkheden waar het het aanbieden van keuzes betreft. Toch achten we het van belang daar waar het maar mogelijk is leerlingen keuzes te bieden. Dat doen wij dan ook zowel in onder- als bovenbouw.
Sporttalent en cultureel en anderszins getalenteerde leerlingen bieden wij extra faciliteiten.
Ten behoeve van de medewerkers draagt de school zorg voor scholings- en begeleidingstrajecten en zijn er verschillende faciliteiten. Een personeelsfunctionaris en docentencoaches kunnen eventueel begeleiding bieden. Van docenten mag verwacht worden dat ze voor de leerlingen inspirerend en initiatiefrijk zijn. Daarom krijgen zij binnen de gestelde kaders volledige ruimte de leerlingen op een innoverende manier voor het leren te motiveren.
2.4 Veiligheid
Voor De Rietlanden betekent ‘veiligheid’ niet alleen dat je bijvoorbeeld je fiets kunt stallen zonder dat je angst hoeft te hebben dat hij wordt gestolen.‘Veiligheid’ is ook en bovenal het begrip dat aangeeft dat iedereen zich op onze school prettig moet kunnen voelen. Dit komt tot uiting in de eis van onderling respect en in een set van duidelijke regels en omgangsnormen. Dit alles in een heldere organisatie waarin het voor elk individu duidelijk is dat alle betrokkenen verantwoordelijk zijn voor die veiligheid.
Evenals de overige scholen voor voortgezet onderwijs in Lelystad heeft De Rietlanden met het bestuur van de gemeente Lelystad, de regiopolitie Flevoland en het Openbaar Ministerie eenduidige afspraken gemaakt over het voorkomen en bestrijden van overlast, vandalisme, crimineel gedrag en het creëren van een veilig klimaat in en om school. Deze afspraken liggen vast in het zo genoemde ‘Convenant Veiligheid’, dat op de administratie van de school ter inzage ligt.
2.5 Leerlingbegeleiding
Wij besteden veel aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Dat betekent ons inziens dat er sprake moet zijn van een individuele benadering van de begeleiding. Om dit te realiseren onderhouden de medewerkers dan ook korte verbindingslijnen met leerlingen, ouders,
verzorgers en zo nodig externe hulpverleners.
2.6 De actieve school
De Rietlanden is een school waar leerlingen zich ook op andere terreinen ontplooien: getalenteerde leerlingen krijgen gelegenheid en ruimte zich verder te ontwikkelen. De musical biedt die kansen ook, en bovendien wordt middels het samen werken aan de opvoering gewerkt aan het overbruggen van
allerlei verschillen, waaronder culturele. Ook geeft de school specifieke groepen de kans zich op allerlei gebied te presenteren en organiseert zij activiteiten zoals internationale reizen en uitwisselingen, sportieve evenementen, excursies, video- en poëzieworkshops, een talentenpresentatie en een
multiculturele jaarmarkt. Van een en ander wordt steeds verslag gedaan op de site en/of informatiebulletins voor ouders en/of leerlingen.
2.7 Ouders
De school heeft de eindverantwoordelijkheid heeft voor het onderwijsleerproces, maar de opvoeding is en blijft de primaire verantwoordelijkheid van de ouders. Dat vraagt om samenwerking en afstemming tussen ouders en school, vooral voor leerlingen in de eerste leerjaren. Ook daarom doet de school er alles aan om de ouders zoveel mogelijk bij de school te betrekkenen vraagt hun ook zelf initiatieven te ontplooien.
2.8 Huisvesting
De Rietlanden is gehuisvest in een gebouw dat niet bedoeld is voor de eeuwigheid. Dat heeft zijn nadelen, zeker waar het de ‘klimaatbeheersing’ en de ‘stookkosten’ betreft. Maar het heeft ook zijn voordelen. Het gebouw laat zich namelijk steeds weer tamelijk eenvoudig aanpassen aan de eisen die
een eigentijds onderwijs- en leefklimaat stelt. Medewerkers en leerlingen dragen samen zorg en verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid in en om het gebouw. De school heeft in de leshuizen veel werkplekken voor de leerlingen en daarnaast aparte studie- en recreatieruimten.
2.9 Communicatie
Evenals in elke andere organisatie staat of valt het welslagen van goede voornemens met een goede en juiste communicatie. Wij vermeldden het al eerder: wij vinden het belangrijk dat leerlingen en medewerkers zichzelf kunnen zijn, maar ook dat zijn goed met elkaar communiceren. Dit betekent dat
op onze school de toegankelijkheid en bereikbaarheid erg belangrijk zijn: dat geldt zowel voor medewerkers als voor schoolleiding en leerlingen. Bij ons weet iedereen wie voor wat verantwoordelijk en aanspreekbaar is: er wordt naar elkaar geluisterd en er vindt altijd terugkoppeling plaats.
Kortom, De
Rietlanden is een school waar iedereen in al zijn verscheidenheid elkaar verstaat, begrijpt en respecteert.
3. De visie vertaald
3.1 Schoolontwikkelingsbeleid
Bovenstaande visie functioneert als inspiratiebron, leidraad en toetsingskader bij het schoolontwikkelingsbeleid op het gebied van onderwijs en begeleiding, personeel, huisvesting, financiën, betrokkenheid van leerlingen, in- en externe communicatie en kwaliteitszorg.
Dit schoolontwikkelingsbeleid staat beschreven in het schoolplan 2007-2010 ‘Koersvast in de versnelling’.
In de onderwijsvisie van De Rietlanden staan centraal:
1 de zorg dat leerlingen hun talenten en capaciteiten ten volle kunnen en willen benutten
(ontwikkelingsgerichtheid),
2 het rekening willen houden met de wensen van en verschillen tussen leerlingen
(doelgroepenbeleid, maatwerk),
3 het willen stimuleren van een leer- en leefklimaat waarin de volgende begrippen centraal staan:
• groei naar zelfstandigheid
• verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen
• veiligheid, geborgenheid, respect, normen en waarden
• betrokkenheid, initiatieven stimuleren en belonen
• balans in aandacht voor het individu en de groep
• een goede sfeer
4 het willen bieden van de noodzakelijke extra hulp om bovenstaande aspecten te realiseren.
Deze visieonderdelen komen ook op een herkenbare manier naar voren in alle pedagogische en didactische uitwerkingen in onderbouw, Vmbo en Tweede Fase. In alle afdelingen worden afdelingsplannen geformuleerd en gehanteerd, waarmee planmatig aan de concretisering van bovenstaande elementen gewerkt wordt. De visie is richtinggevend voor een bewuste keuze voor de structuur van de school.
3.2 Vernieuwing onderbouw
Sinds enige jaren geldt nieuwe wet- en regelgeving voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs, waardoor de ruimte voor het maken van eigen keuzes van scholen groter is geworden. Mede daarom wordt in deze schoolgids extra aandacht aan de onderbouw gegeven.
Kenmerkend voor de vernieuwde regelgeving is dus dat scholen veel meer beleidsvrijheid hebben dan voorheen en dat de ruim 300 kerndoelen van de basisvorming vervangen zijn door 58 globale, meer op het leerproces gerichte doelen.
Secties en kernteams worden geacht vorm te geven aan de algemene karakteristiek van de onderbouw. Aspecten die daarin leidend zijn:
• De leerling leert actief en in toenemende mate zelfstandig.
• De leerling leert samen met anderen.
• De leerling leert in samenhang.
• De leerling oriënteert zich.
• De leerling leert in een uitdagende, veilige en gezonde omgeving.
• De leerling leert in een doorlopende leerlijn.
3.3 Kernkeuzes leerstof in de onderbouw
De grotere beleidsvrijheid in de onderbouw wordt door De Rietlanden wat de ‘inhoud’ betreft op de volgende wijze ingevuld.
1) Het eerste leerjaar is heterogeen, het tweede leerjaar is ‘gestreamed’
In de eerste klassen zitten alle leerlingen (op de Lwoo-leerlingen na) in heterogene klassen. Immers, het eerste leerjaar is een periode van oriëntatie en determinatie. Een jaar dat recht moet doen aan de ontwikkelingsfase van kinderen die het voortgezet onderwijs betreden. Het accent ligt - naast vakkennis
- op algemene studievaardigheden en de sociale / emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Het biedt leerlingen tevens de mogelijkheid om te laten zien wat ze kunnen en om te groeien in hun eerste jaar in het voortgezet onderwijs. Het tweede leerjaar is ingericht volgens het z.g. dakpannenmodel: 2 Vmbo, 2 Vmbo/Havo en 2 Havo/Atheneum. Het is de laatste periode waarin leerlingen nog mogelijkheden hebben om zonder al te grote problemen over te schakelen naar een ander schooltype of naar een andere leerweg. Het doel is enerzijds recht te doen aan de gedachte dat we maatwerk willen leveren aan leerlingen en anderzijds om hen zo goed mogelijk voor te bereiden op de bovenbouw.
2) Een tweede moderne vreemde taal voor alle leerlingen in de reguliere klassen
Er is gekozen om in de reguliere 1e klassen Duits als 2e moderne vreemde taal aan te bieden. We doen dit om de Vmbo-leerlingen een betere aansluiting te bieden op de bovenbouw (Duits is ook een keuzevak bij de afdeling Administratie) en het middelbaar beroepsonderwijs. Frans wordt aangeboden
vanaf 2 Vmbo/Havo en 2 Havo/Atheneum.
3) Het vak Culturele en Kunstzinnige vorming (CKV) in de onderbouw
Naast de van oudsher bekende kunstvakken Tekenen, Handvaardigheid en Muziek wordt het vak CKV in de onderbouw gegeven. In het eerste leerjaar en het tweede leerjaar Lwoo maken de leerlingen kennis met veel verschillenden vormen van kunstuitingen: Toneel, Film, Fotografie etc. In het tweede
leerjaar regulier kunnen de leerlingen die dit willen nog meer aandacht aan kunst en cultuur besteden (keuzevak van 2 uur).
4) Aansluiting op de bovenbouw
Voor de aansluiting van de onderbouw op de bovenbouw werken de vaksecties een doorlopende leerlijn uit, waardoor ze via de kerndoelen en een niveaubepaling uitvoering geven aan een adequate voorbereiding op de verschillenden schoolsoorten in de bovenbouw. Zij kiezen de leermiddelen zodanig dat de aansluiting gegarandeerd is.
Alle kerndoelen komen aan bod bij de vakken van het kerndeel (=verplicht deel). De vakken van het differentiële deel (= door de school in ter richten deel) conformeren zich aan of zijn ondersteunend bij de aandacht voor de kerndoelen.
• Duits, Frans en Spaans conformeren zich aan de kerndoelen van Engels.
• Informatiekunde is o.a. ondersteunend bij Nederlands, Engels en Mens en
Maatschappij.
• Techniek is ondersteunend bij Mens en Natuur.
• Mentorlessen dragen bij aan de vakoverstijgende kerndoelen.
5) Er is een beperkte keuzemogelijkheid voor leerlingen
In het vrije deel kunnen leerlingen op grond van hun behoefte, interesse en/of mogelijkheden kiezen uit twee vakken, namelijk Spaans of ICT.
6) Samenhang niet alleen binnen de vakken maar ook in projecten
Samenhang komt niet alleen tot uiting in de concrete uitwerking van de kerndoelen per schoolsoort, per niveau en per vak en in de wijze van aanbieden van vakoverstijgende vaardigheden. Hij komt ook - en misschien wel bij uitstek - tot uiting in projecten. Daarom is er per periode minimaal één vakoverstijgend project in de beide leerjaren van de onderbouw. Deze projecten hoeven niet per se uitgevoerd te worden in van tevoren vaststaande projectdagen of projectweken. Als daar behoefte aan is wordt het rooster in bepaalde perioden aangepast. Elk vak participeert minimaal 1 keer per leerjaar in een project.
Aan alle onderstaande kerndoelen/vaardigheden wordt in de projecten aandacht besteed:
- Mondeling en schriftelijk uitdrukken.
- Leerstrategieën mondeling en schriftelijk uitdrukken.
- Leerstrategieën gebruiken.
- Informatie zoeken, schriftelijk en digitaal, ordenen en beoordelen.
- Presenteren, alleen of in een groep.
- Reflecteren.
3.4 Kernkeuzes pedagogisch didactisch handelen onderbouw
Secties en kernteams worden dus geacht vorm te geven aan de algemene karakteristiek van de onderbouw. Uiteraard staat de school ook voor de taak om een goed pedagogisch didactisch klimaat te organiseren.
De leerling kennen
Om een goede aansluiting tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs te realiseren is met het basisonderwijs een ‘warme’ overdracht afgesproken. Dat betekent dat er niet alleen een papieren overdracht plaatsvindt, maar dat er ook gesprekken plaatsvinden tussen leerkrachten uit het
basisonderwijs en mentoren en schoolleiders van De Rietlanden. Die leggen daartoe bezoeken aan de basisscholen af.
Als leerlingen zijn aangemeld wordt er door de basisschoolbezoekers informatie ingewonnen op de basisschool. Samen met het schoolverlatersrapport is dit een eerste kennismaking met de nieuwe leerling. De verkregen informatie wordt doorgesproken met de nieuwe mentor en aan het begin van het
nieuwe schooljaar doorgegeven aan het kernteam.
Zorgvisie
Uitgangspunt voor het pedagogisch didactisch handelen is onze zorgvisie.
In de verwoording van onze zorgvisie is er aandacht voor de volgende onderdelen:
Aanbieden van “goed schoolklimaat”
-Leefstijl
Ondersteuning bij voorkomende leerproblemen
-Dyslexieprotocol
Signaleren van gedragsproblemen
-Sociale vaardigheden
Aanbieden van een (lichte) vorm van begeleiding van deze problemen
-Faalangstreductietraining
Aanbieden van hulp- en opvangklassen
-Huiswerkklassen
-Time-out –voorziening
Aanbieden van in – en externe hulp voor leerlingen met een zogenaamde
“rugzak”(LGF= Leerlinggebonden financiering).
Kernteams
Samenhang in de leerlingbenadering wordt bereikt door het werken in kernteams, het opstellen van handelingsplannen voor zorgleerlingen, het opstellen van en omgaan met de schoolregels, gestructureerde leerlingbesprekingen en de mentormethode “Leefstijl” die schoolbreed in de eerste drie
leerjaren ingevoerd is. Van alle medewerkers wordt verwacht dat zij attent zijn op leer- en gedragsproblemen en bij het signaleren daarvan in actie komen.
Er wordt gewerkt in kernteams omdat dit gestructureerde leerlingbesprekingen en aandacht voor de sociaal-emotionele aspecten van de leerling vergemakkelijkt. Het kernteam bestaat uit een groep medewerkers die niet alleen belangstelling voor de leerling heeft, maar daar ook verantwoordelijk voor is.
De leerling leert in toenemende mate zelfstandig
Aan de aansluiting onderbouw/bovenbouw binnen De Rietlanden wordt vorm gegeven door schriftelijke en mondelinge overdracht van mentorgegevens.
Het realiseren van de doorlopende leerlijn onderbouw naar Vmbo en de Tweede Fase houdt in dat de leerling aan het eind van de tweede klas in staat moet zijn om zelf te werken met als doel dat hij/zij deze vaardigheid in de bovenbouw uitbouwt tot elementen van ‘zelfstandig leren’.
De realisatie van een doorlopende leerlijn
De secties worden uitgenodigd aan te geven hoe ze de vakinhoudelijke doorlopende leerlijn vormgeven. Binnen de vakken en in projecten leert de leerling samen te werken met anderen en leert hij samenhang tussen de verschillende vakgebieden, maar ook tussen school en eigen leefwereld, te
zien.In het tweede leerjaar Vmbo oriënteert hij zich op de sectoren van het derde leerjaar. De school schept een veilige leeromgeving doordat de leerlingen zich gekend voelen, maar ook door te werken met “Leefstijl”, het omgaan met pestgedrag en het accepteren van verschillen. Het didactisch handelen moet op een uitdagende manier vormgegeven worden binnen de vakken.
De didactische aanpak in de derde klassen Havo/Atheneum is voorbereidend op de Tweede Fase: de leerling is op weg naar een grotere zelfstandigheid. In dit derde leerjaar dient verdieping plaats te vinden van de kerndoelen, maar er is meer nodig. Immers, de school dient dit jaar ook zo in te richten
dat een vloeiende overgang van klas 3 naar klas 4 gerealiseerd wordt en de doorlopende leerlijn niet wordt onderbroken.
3.5 Leerlingbegeleiding

Op De Rietlanden wordt onder leerlingbegeleiding verstaan: al hetgeen de school doet om een brug te slaan tussen onderwijs en leerlingkenmerken, waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met het eigene van elke leerling.
Uitgangspunt hierbij is dat leerlingen en medewerkers rekening houden met de algemeen aanvaarde eisen over omgangsvormen, dat iedereen zich prettig en veilig kan voelen op school en dat de school ontwikkelingskansen voor leerlingen stimuleert. Daarnaast veronderstelt de leerlingbegeleiding een goede samenwerking tussen school en ouders of andere opvoeders.
Om binnen onze school goed aan te kunnen sluiten bij de (onderwijs)behoeften van individuele leerlingen wordt naast de leerontwikkeling ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen gevolgd. Op deze wijze kunnen problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en kan snel passende
begeleiding worden geboden. Relevante gegevens van de leerlingen worden gedocumenteerd en veilig bewaard.
Bij de begeleiding gaat het met name om ontwikkelingen op het terrein van het leren, het kiezen en het omgaan met jezelf en anderen. De begeleiding wordt afhankelijk van de gesignaleerde problemen, zowel groepsgewijs als individueel vormgegeven.
Eerstelijnszorg: docent en mentor
Elke docent ondersteunt de leerling in zijn ontwikkelingsproces. Naast de begeleiding in het proces van kennisverwerving, begeleiden docenten leerlingen ook bij hun sociaal-emotionele ontwikkeling en bij het maken van keuzes. De mentor is de eerst aanspreekbare persoon in school voor leerlingen en
ouders. Hij voert de individuele gesprekken met leerlingen en ouders over studieresultaten en leer- en gedragsproblemen en bevordert de verstandhouding tussen leerlingen in de klas onderling en tussen leerlingen en docenten. De mentor heeft contact met andere docenten en wordt in de
leerlingenbegeleiding bijgestaan door decanen, afdelings- en zorgcoördinatoren. Voor veel leerlingen volstaat deze manier van begeleiden voor een plezierige en succesvolle schoolloopbaan.
Tweedelijnszorg: interne specialisten en het Zorgteam
Sommige leerlingen hebben extra steun of begeleiding nodig in verband met persoonlijke (emotionele) problemen, motivatieproblemen of leerproblemen. Ze zijn niet altijd in staat om deze problemen zelf of met behulp van een mentor op te lossen, of de juiste weg te vinden naar hulpverlenende instanties. De aanwezigheid van een gespecialiseerde begeleiding is dan gewenst. Binnen De Rietlanden zijn de studiebegeleiders, zorgcoördinatoren en de orthopedagoog samen de specialisten op het gebied van de leerlingenzorg. Daarnaast is binnen de school een zorgteam aanwezig, waarin naast de
zorgcoördinatoren en de orthopedagoog van de school, een vertegenwoordiger van de jeugdhulpverlening en politie, een jeugdpreventiewerker, een jeugdarts en de leerplichtambtenaar van de gemeente Lelystad zitten. Het doel van het zorgteam is door middel van een goede samenwerking
tussen de school en de jeugd (gezondheids) zorg, leerlingen met problemen snel passende hulp te bieden. Door het tweewekelijkse zorgteamoverleg is het mogelijk nauwgezet aandacht te besteden aan leerlingenzorg. Wanneer een leerling in dit overleg besproken wordt, zijn de ouders daar van tevoren op de hoogte gesteld. In sommige gevallen zullen de leerling en / of de ouders vanuit het zorgteam het advies krijgen zich te wenden tot een instantie buiten de school waarmee contact wordt onderhouden.
Derdelijnszorg: externe specialisten
Wanneer de begeleiding binnen De Rietlanden niet toereikend is, kunnen specialisten van buiten de school ingeschakeld worden voor het bieden van passende hulpverlening. Het gaat bij voorbeeld om medewerkers van Bureau Jeugdzorg, medewerkers van Jeugd Preventie Werk, de huisarts en de
jeugdarts.

Als de school meent dat een leerling aangemerkt kan worden als een risicoleerling, dan kan zij deze leerling laten registreren in het ‘Elektronisch signaleringssysteem alle risicoleerlingen’ (ESAR). Voor zo’n registratie heeft de school de toestemming van de ouders nodig. Een risicoleerling is een leerling die een verhoogde kans heeft op problemen (thuis, op school, in de vrije tijd) en daardoor maatschappelijke risico’s loopt en het risico loopt te weinig rendement uit de schoolopleiding te halen (de school verlaat zonder diploma of met een diploma onder zijn/haar niveau).
Leren leren
Mede met het oog op het goed kunnen functioneren in het Vmbo en de Tweede Fase, waarin studievaardigheden een belangrijke rol spelen, wordt er extra aandacht besteed aan huiswerk en daarbij behorende studievaardigheden. Dit gebeurt in de mentorlessen (specifieke studievaardigheden),
de vaklessen (huiswerkstructuur en motivatie), in een huiswerkklas en door middel van speciale cursussen studievaardigheden. De huiswerkklas is bedoeld voor de leerlingen van de eerste drie leerjaren die thuis geen of weinig gelegenheid hebben om te studeren. Leerlingen die zich opgeven
voor de huiswerkklas kunnen onder toezicht op een rustige plek in school werken. Aan de huiswerkklas zijn kosten verbonden.
Keuzebegeleiding
Wij begeleiden leerlingen in een periode van hun leven waarin ze vaak belangrijke keuzes maken, zoals voor een studierichting en/of een beroep. Het leren maken van keuzes is dan ook een belangrijk aandachtspunt. In de mentorlessen in de onderbouw is hiervoor veel tijd ingeruimd. De school poogt zo optimaal mogelijk de deskundigheid van de decanen bij het keuzeproces te benutten.
Mentorspreekavonden, voorlichtingsavonden, thema-avonden, beroepenmarkten en spreekuren van decanen zijn vaste onderdelen in dit begeleidingsproces.
Omgaan met jezelf en anderen
Naast het overbrengen van kennis en het leren maken van keuzes vinden wij het als school belangrijk dat jongeren leren omgaan met zichzelf en anderen, zodat ze zich kunnen ontplooien tot mondige wereldburgers. Bij dit sociaal-emotioneel ontwikkelingsproces staan begrippen als tolerantie,
acceptatie, burgerschap, communicatie en samenwerking centraal. Voor een optimale ontwikkeling is een prettig en veilig schoolklimaat van groot belang. Binnen De Rietlanden staan het respectvol met elkaar omgaan en het hanteren van duidelijke regels en het eisen van goede omgangsvormen dan ook
hoog in het vaandel. Mede daarom wordt in de eerste 3 leerjaren met de methode “Leefstijl” gewerkt, een methode die bovenstaande moet helpen realiseren.
Specifieke zorg
De Rietlanden maakt samen met de Scholengemeenschap Lelystad, ISG Arcus, De Steiger, AOC Groenhorst College en Eduvier deel uit van het ‘Samenwerkingsverband 5.03’. Doel van dit samenwerkingsverband is om zoveel mogelijk leerlingen voor wie vaststaat dat zij gebaat zijn bij
speciale zorg - met name op orthopedagogisch en didactisch gebied - deze ook te geven en zo deelname aan het onderwijs beter mogelijk te maken. Regelmatig overleg over deze hulp en de besteedbare middelen (het zogenaamde ‘zorgbudget’) en de afstemming hieromtrent is noodzakelijk. In
het zogenaamde zorgplan van het samenwerkingsverband en de zorgplannen van de afzonderlijke deelnemende instellingen staan de activiteiten vermeld. De plannen van De Rietlanden en het overkoepelende zorgplan liggen bij de orthopedagoog en de zorgcoördinator ter inzage. Binnen de
leerlingbegeleiding op De Rietlanden is speciale aandacht voor specifieke groepen leerlingen mogelijk, zoals: leerlingen met leerwegondersteuning, met leerlinggebonden financiering en zij die bepaalde vormen van leerhulp nodig hebben.
Leerwegondersteuning
De leerlingen in het LeerWeg Ondersteunend Onderwijs (Lwoo) volgen de eerste twee leerjaren onderwijs in kleinere groepen. Ze hebben een aangepast rooster, dat speciaal op hun eigen mogelijkheden is toegesneden. In het eerste en tweede leerjaar wordt naast algemeen vormende
vakken, zoals Nederlands, Engels, wiskunde en wereldoriëntatie, veel tijd ingeruimd voor techniek, tekenen, handvaardigheid, muziek en lichamelijke opvoeding. De orthopedagoog geeft extra ondersteuning en het mentoraat is aangepast aan het specifieke karakter van deze leerweg. Er zijn
korte lijnen en er is veel aandacht voor het pedagogisch / didactisch klimaat. Veelvuldige leerlingbesprekingen zijn een belangrijke ondersteuning bij de vormgeving van dit klimaat.
Leerlingen die aangewezen zijn op Lwoo moeten voor toelating op het gebied van leren en gedrag een toelatingsonderzoek ondergaan.

Pas bij een positieve beschikking, afgegeven door de Regionale Verwijzingscommissie (RVC), kan een leerling worden toegelaten tot het Lwoo. Voor de leerlingen die toegelaten zijn tot het Lwoo wordt een handelingsplan opgesteld. Het handelingsplan moet gezien worden als een soort gebruiksaanwijzing
voor de leerling, m.b.t. het leren en het gedrag. Het docententeam voert dit handelingsplan uit. Het is mogelijk dat het handelingsplan wordt bijgesteld als dat nodig is na een leerlingbespreking of rapportvergadering.
Alle mentoren van het 1e leerjaar Lwoo zijn in tijd gefaciliteerd om de uitvoering van de handelingsplannen zo goed mogelijk te doen verlopen.
Leerlinggebonden financiering (LGF)
De wet op de leerlinggebonden financiering geeft ouders van een kind met een handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Dit kan een school zijn voor speciaal onderwijs of een reguliere (‘gewone’) school, zoals De Rietlanden.
Wanneer de ouders kiezen voor een reguliere school en het kind extra voorzieningen nodig heeft, kunnen de ouders een leerlinggebonden budget aanvragen. Dit budget wordt ook wel Rugzak genoemd, omdat het geld gekoppeld is aan het kind, waarbij de ouders mede zeggenschap hebben
over de besteding van de middelen. Het kind neemt het budget als het ware in een Rugzakje met zich mee. Uit de Rugzak kunnen zaken worden bekostigd als extra begeleiding vanuit de reguliere school, ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs, en extra leermiddelen.
Wanneer ouders van een leerling met een Rugzak aanmelding bij De Rietlanden overwegen, worden tijdens een gesprek aan de hand van onderwijsvragen, de onderwijsbehoeften van de leerling in kaart gebracht. Vervolgens wordt bekeken of wij als school in staat zijn aan deze specifieke
onderwijsbehoeften te voldoen. Centraal hierbij staan het belang van het kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van het kind te kunnen ondersteunen. Binnen het “Samenwerkingsverband 5.03” is een aantal aandachtspunten bij de toelatingsprocedure opgesteld.
Deze dienen als leidraad. Naast aandachtspunten als het schoolklimaat, materiële omstandigheden en het gebouw, vormt de beschikbaarheid van de benodigde in- en externe deskundigheid een zeer belangrijk punt bij de beantwoording van de vraag of school in staat is de nodige zorg te bieden. Tevens kan De Rietlanden ondersteuning vragen bij een school aangesloten bij een Regionaal Expertise Centrum (REC) en bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De toelatingscommissie van onze school beslist, mede op basis van het advies van de PCL en / of het REC uiteindelijk tot toelating
dan wel afwijzing bij De Rietlanden.
Wanneer tot toelating wordt besloten zal de school in overleg met de ouders een passend handelingsplan opstellen. In dit handelingsplan wordt onder meer opgenomen hoe de middelen uit de Rugzak worden besteed en hoe en wanneer het plan zal worden geëvalueerd. Meer informatie over de
leerlinggebonden financiering en de toelatingsprocedure is op te vragen bij mevrouw Blank (coördinatrice LGF).
Leerhulp
Speciaal voor vooral de onderbouwleerlingen is er op de dinsdag-, woensdag-, donderdag- en vrijdagmiddag een zogenaamd inloopuur leerhulp. Bij allerlei leerproblemen ondersteunen twee studiebegeleiders leerlingen. De nadruk ligt op taalhulp, maar de hulpvraag van de leerling is steeds het
uitgangspunt.
(Top)sport en cultuur
De Rietlanden is een provinciaal erkende sportgeoriënteerde school. Zij wil sporters met talent kansen en mogelijkheden geven hun talenten verder te ontwikkelen en ze wil er tegelijkertijd voor wil zorgen dat die sporters een schooldiploma halen op een zo hoog mogelijk niveau. Het gaat om de succesvolle combinatie van die twee zaken. De Rietlanden houdt rekening met de sportieve ambities van (aankomende) sportief getalenteerde leerlingen door extra onderwijsvoorzieningen aan te bieden in de vorm van huiswerk- en studiebegeleiding, afwijkende lestijden, roosteraanpassingen,
trainingsfaciliteiten en (para)medische begeleiding. De Rietlanden wil getalenteerde sporters de gelegenheid bieden om op een verantwoorde wijze te werken aan de toekomst, zowel in sportieve zin als in de zin van de voorbereiding op een loopbaan buiten de sport.
Een aantal van de bovengenoemde faciliteiten geldt ook voor leerlingen die begaafd zijn op cultureel gebied en daar heel veel tijd aan moeten of willen besteden

Langdurig zieke leerlingen
Indien de leerling langere tijd niet naar school kan komen, gaan we samen met de ouders/verzorgers bekijken hoe we het onderwijs, rekening houdend met de ziekte, kunnen voortzetten. Hierbij kunnen we gebruik maken van de deskundigheid van een consulent onderwijsondersteuning zieke leerlingen. Voor leerlingen opgenomen in een academisch ziekenhuis zijn dat de consulenten van de educatieve voorziening. Voor alle andere leerlingen betreft het de consulenten van de onderwijsbegeleidingsdienst. Het is onze wettelijke plicht om voor elke leerling goed onderwijs te verzorgen, ook als hij/zij ziek is.
Daarnaast vinden wij het minstens zo belangrijk dat de leerling in deze situatie contact blijft houden met klasgenoten en de leerkracht c.q. mentor. De leerling moet weten en ervaren dat hij/zij ook dan meetelt en erbij hoort.
Het continueren van een aan de omstandigheden aangepast onderwijs, is o.a. belangrijk om leerachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en sociale contacten zo goed mogelijk in stand te houden.
Ouders die meer willen weten over onderwijs aan zieke leerlingen, kunnen informatie vragen aan de mentor van hun zoon/dochter. Ook kunnen zij informatie vinden op de website van de regionale onderwijsbegeleidingsdienst (www.ijsselgroep.nl) en op de website van Ziezon, www.ziezon.nl, het
landelijke netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.
1-XTRA
Sinds twee jaar bestaat het ‘Plusproject’. Het is bedoeld om extra’s aan leerinhoud te bieden aan leerlingen die door aanleg of motivatie of een combinatie van beide meer dan gemiddeld aankunnen.
Het is de bedoeling dat de komende jaren meer vorm wordt gegeven aan dit project in de vorm van 1- XTRA. Ouders van basisschoolverlaters met een vwo-advies kunnen er voor kiezen hun kind voor een heterogene brugklas aan te melden of voor 1-XTRA. Bij de keuze voor dat laatste dient er een positief advies te zijn van de basisschool, gebaseerd op de werkhouding en het doorzettingsvermogen.
XTRA (‘extra’) betekent:
- verbreding van het aanbod: etymologie, sterrenkunde, filosofie, Latijn etc.
- verdieping van het aanbod: er wordt dieper ingegaan op onderwerpen die ook in de overige klassen aan bod komen.
Dat krijgt vorm op de volgende wijze. Bij de vakken met 3 of 4 uur op het rooster (Nederlands, Engels. Wereldoriëntatie, Natuuroriëntatie en Wiskunde) wordt de reguliere leerstof in 1 les minder aangeboden
en verwerkt. De vrijkomende ruimte wordt besteed aan verbreding en verdieping.
De docent van de genoemde vakken verzorgt ook deze verbreding of verdieping, zodat het systeem flexibel is (zo kan de docent bij voorbeeld bij ziekte zelf bepalen of aandacht voor het reguliere vak nodig is). De uitdaging voor de leerlingen zit enerzijds in het gegeven dat de reguliere leerstof in minder
lessen dient te worden verwerkt (in hoger tempo) en anderzijds in de vergroting van het programma.
Leerlingen en dyslexie
Dyslexie is een ernstige vorm van lees- en / of schrijfproblemen. Het is een handicap die niet te verhelpen is. Je moet ermee leren leven. Behalve dat dyslectische leerlingen problemen met lezen en schrijven hebben, is er natuurlijk ook nog een sociaal-emotionele kant. Het is heel vervelend om te
merken dat andere kinderen al vlot kunnen (voor)lezen, of goede cijfers halen bij spelling, terwijl dyslectici de schijnbaar simpelste woorden steeds maar weer fout schrijven.
Binnen de school worden de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van dyslexie op de voet gevolgd. Zo wordt in de omgang met dyslectische leerlingen op De Rietlanden uitgegaan van het landelijke Protocol Dyslexie voor Voortgezet Onderwijs, dat de basis vormt van het schooleigen protocol dyslexie.
Gediagnosticeerde dyslectische leerlingen (in het bezit van een dyslexieverklaring) hebben binnen het onderwijs recht op bepaalde faciliteiten, zoals extra tijd of een vergrote tekst bij toetsen en examens. De laatste jaren zijn de mogelijkheden om met dyslexie om te (leren) gaan sterk uitgebreid. Vooral de
computer biedt heel veel nieuwe mogelijkheden. Voor alle dyslectische leerlingen geldt, dat zij meer moeite dan andere leerlingen moeten doen om goede prestaties te leveren. Ze moeten een weg zoeken om met hun dyslexie om te leren gaan. Hierbij hebben zij de steun nodig van ouders, begeleiders,
docenten en klasgenoten. Hoe die steun eruit ziet, is een samenspel tussen leerling, school en ouders.
De school heeft een aantal dyslexiecoaches, medewerkers die dyslectische leerlingen wat extra begeleiding kunnen geven.

Leerlingen en Faalangst
Faalangst kent iedereen: je voelt het in situaties waarin je een prestatie moet leveren die anderen beoordelen. Het wordt een probleem als je er niet mee kan omgaan.
Eén op tien leerlingen lijdt aan een ernstige vorm van faalangst. Ze halen slechte cijfers omdat ze bang zijn. Bang om te mislukken, bang om niet aan de verwachtingen van anderen (bijvoorbeeld ouders, docenten) of van zichzelf te kunnen voldoen. Ze hebben hoofdpijn, maagkrampen of hartkloppingen. Ze
hyperventileren of zijn overgevoelig.
Binnen De Rietlanden proberen we leerlingen met faalangst door middel van een training in kleine groepen beter te leren omgaan met deze angst. Het doel van de trainingen is het vergroten van het zelfvertrouwen en het verstevigen van het eigenbeeld.
Leerlingen en Sociale vaardigheden
Er bestaat een duidelijke relatie tussen de sociale vaardigheden en het succesvol functioneren op school. Deze relatie wordt door De Rietlanden opgevat als een verantwoordelijkheid om jongeren te begeleiden op het gebied van de sociale vaardigheden. Zo wordt er in de mentorlessen de nodige
aandacht besteed aan het omgaan met elkaar. Echter voor een aantal leerlingen is de hulp van de mentor niet voldoende. Voor deze leerlingen kan een sociale vaardigheidstraining uitkomst bieden. Na selectiegesprekken tussen de studiebegeleider en de mentor wordt bekeken of een leerling in
aanmerking komt voor een sociale vaardigheidstraining. Vervolgens zal de studiebegeleider een (intake)gesprek met de leerling en de ouders voeren en zal al dan niet tot aanmelding van de leerling worden besloten. Tijdens de training staan aspecten als het versterken van het zelfvertrouwen, het
bijstellen van verwachtingen omtrent het eigen kunnen, het vergroten van sociaal inzicht en het probleemoplossend vermogen centraal. De trainingen worden in kleine groepen gegeven en afhankelijk van de centrale problematiek van de groep wordt een ‘training op maat’ aangeboden (bijvoorbeeld
omgaan met conflictsituaties, pesten of verlegenheid).

3.6 Bijzondere activiteiten
Onder bijzondere activiteiten verstaan we alle activiteiten die niet tot de normale lessen behoren. Wél zijn ze vaak een logisch uitvloeisel van de lessen. Vaak gaat het om activiteiten die gericht zijn op het stimuleren van de ontwikkeling van de leerlingen op allerlei gebied: cultureel, sportief, normen en
waarden, samenwerken enz. Zonder volledigheid te willen nastreven, verdienen de volgende activiteiten aandacht.
Cultuur: culturele activiteiten vindt de school belangrijk en daarom besteedt zij daar veel aandacht aan. Musical, schoolband, toneel, een lokaal ingericht als bioscoop, workshopdagen mogen hier niet onvermeld blijven.
De besteding van de CKV- gelden (een subsidiebedrag per leerling voor culturele activiteiten) geschiedt op een kwantitatief en kwalitatief effectieve manier: kwantitatief omdat er geen geld overblijft en kwalitatief omdat de leerlingen uit alle afdelingen met nogal wat verschillende kunstvormen geconfronteerd worden.
Sportief: De Rietlanden kent een breed aanbod van sportieve activiteiten, sportdagen onderbouw, zaalvoetbal- en basketbal voor de bovenbouw.
Daarnaast doet De Rietlanden mee aan alle interscolaire sporttoernooien in Flevoland.
Een zeer actieve ATB- groep gaat elke vrijdagmiddag in na- en voorjaar het bos in!
Op het gebied van normen en waarden valt het project over ‘zinloos geweld’ op, dat elk jaar wordt gehouden. De school heeft niet voor niets stenen met lieve- heers- beestjes (het symbool van de beweging tegen ‘zinloos geweld’) voor elke ingang liggen.
Andere activiteiten:
• introductieactiviteiten in leerjaar 1 t/m 4
• deelname aan het Europees Jeugdparlement en Lagerhuis
• de activiteitendag aan het eind van het schooljaar
• het driedaagse bezoek aan Parijs (en Euro Disney) voor 2e klassers
• het bezoek aan Londen in de bovenbouw Havo/Atheneum (1 x per twee jaar), modeshow, PROM en schoolfeesten.
Bezoeken aan beroepenmarkten en natuurlijk de vakexcursies completeren het aanbod.
3.7 ICT
De rol van informatie- en communicatietechnologie in de samenleving wordt steeds groter en belangrijker, hetgeen ook in het onderwijs zichtbaar wordt. De Rietlanden beschikt over 4 goed geoutilleerde computerlokalen met een groter aantal computers dan in de landelijke adviesnormen wordt genoemd. De computers zijn voorzien van een internetaansluiting, waarop bepaalde type sites zijn geblokkeerd. Daarnaast bevinden zich ook in de leshuizen in de bovenbouw en in enkele lokalen computers. Deze hebben - in tegenstelling tot de computers in de computerlokalen - geen internetaansluiting. De computerlokalen zijn o.a. bedoeld voor ‘lessen’. Informatiekunde in de 1e en 3e klassen, met aandacht voor de beheersing van toepassingsvaardigheden voor de vakken die op de lessentabel staan en ICT als keuzevak in de onderbouw met extra kennis en vaardigheden op ICT-gebied.
Leerlingen - met name uit de Tweede Fase – kunnen onder toezicht gebruik maken van de verschillende faciliteiten. Zo is bijvoorbeeld de keus gemaakt de schoolmediatheek voor de bovenbouw niet verder te ontwikkelen. Alle leerlingen van 16 jaar en ouder krijgen een gratis abonnement op de
Openbare Bibliotheek Lelystad en kunnen tevens vanuit school ‘inloggen’ op alle beschikbare informatiesites van de stadsbibliotheek.
Daarnaast is de school voorzien van zogenaamde ‘accesspoints’. Via deze punten kan op elke gewenste plaats in school toegang verkregen worden tot het ICT- netwerk van school. Vanzelfsprekend zijn sommige sites ook dan niet toegankelijk. Voor de afspraken die op school zijn gemaakt over het
gebruik van elektronische communicatie wordt verwezen naar hoofdstuk 8.
3.8 Burgerschapsvorming

Door de toenemende individualisering dreigen mensen zich steeds minder bij elkaars wel en wee betrokken te voelen. Dit vormt een bedreiging voor de samenhang in de samenleving. De overheid heeft daarom actief burgerschap en sociale integratie hoog op de agenda gezet, ook in het onderwijs.
Dit laatste met als doel jongeren voor te bereiden op deelname aan een pluriforme samenleving. Het gaat mede daarom in het onderwijs niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om ervaringsleren.
Immers, burgerschap verwerf je door te doen, door te ervaren wat het is, door sociale verbindingen aan te gaan binnen de school en met de omgeving.
Aandacht voor actief burgerschap en sociale integratie is vastgelegd in verschillende onderwijswetten.
In de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) is het als volgt geformuleerd (artikel 17):
Het onderwijs
a gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving
b is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
c is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
Actief burgerschap is het kunnen en willen deelnemen aan de samenleving. Burgerschap gaat over diversiteit, acceptatie, en tolerantie. Het vraagt ook reflectie op het eigen handelen, een respectvolle houding en een bijdrage aan de zorg voor je omgeving.

Binnen de scholen die vallen onder de SVOL zijn voornamelijk de volgende doelen aan burgerschap en integratie gerelateerd:
1 De leerling leert over zorg en leert zorgen voor zichzelf, anderen en zijn omgeving, en hoe hij de veiligheid van zichzelf en anderen in verschillende leefsituaties (wonen, leren, werken, uitgaan, verkeer) positief kan beïnvloeden.
2 De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een beargumenteerd standpunt in te nemen en te verdedigen, en daarbij respectvol met kritiek om te gaan.
3 De leerling leert een eigentijds beeld van de eigen omgeving, Nederland, Europa en de wereld te gebruiken om verschijnselen en ontwikkelingen in hun omgeving te plaatsen.
4 De leerling leert een eenvoudig onderzoek uit te voeren naar een actueel maatschappelijk verschijnsel.
5 De leerling leert historische bronnen te gebruiken en leert daarbij de eigen cultuurhistorische
omgeving te betrekken. 6 De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen en leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen
en leefwijzen.
7 De leerling leert op hoofdlijnen hoe het Nederlandse politieke bestel als democratie functioneert en leert zien hoe mensen op verschillende manieren bij politieke processen betrokken kunnen zijn.
8 De leerling leert de betekenis van Europese samenwerking en van de Europese Unie te begrijpen voor zichzelf, Nederland en de wereld.
9 De leerling leert actuele spanningen en conflicten in de wereld te plaatsen tegen hun achtergrond en leert daarbij de onderlinge afhankelijkheid in de wereld, het belang van mensenrechten en de betekenis van internationale samenwerking te zien.
De drie scholengemeenschappen die onder de SVOL vallen besteden veel aandacht aan burgerschap en sociale integratie. De afzonderlijke scholen structureren voorgaande keuzes verder zelf en werken deze ook zelf verder nader uit. De docenten dragen zorg voor verankering van burgerschap
en sociale integratie in hun lessen.

4. De organisatie van het onderwijs
4.1 De opbouw van de school
De Rietlanden is een brede scholengemeenschap. ‘Breed’ wil zeggen dat aan bijna alle basisschoolverlaters een passende vorm van voortgezet onderwijs aangeboden kan worden. De school is opgedeeld in vier afdelingen:
• Onderbouw (1e en 2e leerjaar)
• Leerwegondersteunend onderwijs (Lwoo), 1e en 2e leerjaar
• Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs inclusief Lwoo (Vmbo, 3e en 4e leerjaar)
• 3e leerjaar Havo/Atheneum en Tweede Fase (4 t/m 6 Havo/Atheneum)
De keuze voor afdelingen maakt het mogelijk op een kleinschaliger wijze te werken.
Elke afdeling heeft zijn eigen voor alle leerlingen en ouders herkenbare en gemakkelijk te bereiken functionarissen en aan de betreffende groepen leerlingen aangepaste begeleiding.
Onderstaand schema laat zien welk traject leerlingen kunnen volgen op weg naar het diploma.
4.2 Afdelingen en leerjaren

Onderbouw
De brugperiode is twee jaar. In het eerste leerjaar maakt De Rietlanden geen onderscheid tussen de verschillende schooltypes. Aan het eind van het eerste leerjaar stromen de leerlingen door naar één van de drie soorten klassen in het tweede leerjaar: de tweede klas Havo/Atheneum, de tweede
klas Vmbo/Havo of de tweede klas Vmbo.
Aan het eind van het tweede leerjaar stapt een leerling over naar 3 Havo/Atheneum of naar één van de leerwegen van het Vmbo (Zie onder Vmbo).
Lwoo
Lwoo- leerlingen worden voorafgaand aan plaatsing getest door de orthopedagoog die aan de school verbonden is. Leerlingen, die in aanmerking komen voor leerweg- ondersteunend onderwijs, worden in klassen geplaatst die hiervoor bestemd zijn. Aan het eind van het tweede leerjaar gaan deze leerlingen naar een van de beroepsgerichte afdelingen van het Vmbo. Leerlingen met een Lwoo-indicatie worden in de basisberoepsgerichte leerweg (BBL) geplaatst, tenzij het advies van de lerarenvergadering anders is vanwege uitzonderlijk goede resultaten van de betrokken leerling, waardoor verwacht mag worden dat hij/zij de kaderberoepsgerichte leerweg (KBL) kan volgen.

Lessentabel onderbouw
1e klas reg
2e klas vmbo
2e klas vmbo/h
2e klas h/v
Kerndeel
Ne=Nederlands
4
3
3
3
En = Engels
3
3
3
3
M&M = Mens en maatschappij
4
3
4
4
M&N = Mens en natuur
3/1 tc
3/1 tc
4
4
Wi = wiskunde
3/1 rv
3
4
4
B&S = Bewegen en sport
3
3
3
3
 
Kunst en cultuur
Hv - handvaardigheid
1
2
2 keuze
2 keuze
Tk = tekenen
2
2
2 keuze
2 keuze
Mu = muziek
1
1
2 keuze
2 keuze
CKV = culturele en kunstzinnige vorming
1
Totaal kerndeel
27
24
23
23
Differentieel deel:
1e klas reg
2e klas vmbo
2e klas vmbo/h
2e klas h/v
Du = Duits
2
2
2
2
IK = informatiekunde
1
     
 
4
Fa = Frans
3/1 tc
3
3
Me = mentorles
3/1 rv
2
2
2
pp/pso = praktische projecten/praktische sectororiëntatie
2
CKV = culturele en kunstzinnige vorming
2 keuze
2 keuze
2 keuze
Sp = Spaans
1 keuze
2 keuze
2 keuze
ICT = informatie en communicatie technologie
1 keuze
2 keuze
2 keuze
2 keuze
Totaal differentieel deel
5
8
9
9
         
Totaal K + D deel:
32
32
32
32
        LA*2
*=bovenop tabel - rv=rekenvaardigheid - tc=techniek        
Vmbo beroepsrichtingen
Het Vmbo start in het derde leerjaar met drie leerwegen: de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg en de theoretische leerweg. De basisberoepsgerichte leerweg is bedoeld voor de leerlingen die na het behalen van hun diploma doorstromen naar de niveaus 1 en 2
van het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). De kaderberoepsgerichte leerweg is bedoeld voor de leerlingen die doorstromen naar niveau 2 en 3 van het MBO. De theoretische leerweg (de vroegere MAVO) geeft doorstroommogelijkheden naar niveau 3 en 4 van het MBO en - onder bepaalde
voorwaarden - het Havo.
Op De Rietlanden kan door de leerlingen BBL en KBL gekozen worden uit drie beroepsrichtingen:
Administratie, Consumptief-Breed en Zorg en Welzijn-Breed.
Beroepsrichtingen vmbo (3e en 4e klas)
  Administratie Zorg en welzijn (breed) Consumptief (breed)
Algemene vakken Nederlands, Engels en
Duits of wiskunde
Nederlands, Engels en
Maatschappijleer 2 of wiskunde
Nederlands, Engels en
Duits of wiskunde
Sectorvak Economie Biologie Economie
Beroepsprogramma Theorie en boekhouden
Praktijksimulatie A.T.T.
Huishoudkunde
Gezondheidskunde
Uiterlijke verzorging
Koken
Bakken
Recreatie en toerisme
serveren
Daarnaast heeft de leerling de vakken LO, ICT, CKV1 en Maatschappijleer 1.
ICT en CKV1 worden in de derde klas afgesloten (voor deze vakken moet de beoordeling voldoende of goed behaald zijn.)
Ook Maatschappijleer 1 wordt in de derde klas afgesloten. Voor dit vak wordt een cijfer gegeven.
Lessentabel 3e en 4e leerjaar beroepsrichtingen
  Klas 3 aantal lessen Klas 4 aantal lessen
Ne
3
3
En
3
3
LO
2
2
CKV1
1
-
Ma1
2
-
ICT
1
-
Mentorles
2
1
Wi / Ma2
3
3
Bi /Ec
3
3
Beroepsprogramma
12
14
Totaal 32 uren 29 uren

Vmbo leerwerktrajecten
In het schooljaar 2003-2004 is De Rietlanden gestart met het Leer Werk Traject (LWT) in de Basis Beroepsgerichte Leerweg (BBL).
Leerlingen gaan in het LWT twee dagen in de week naar school en drie dagen in de week naar hun leerbedrijf. Op school hebben zij les van de docent Nederlands en de docenten die de vakken in de beroepsafdeling geven. De docent Nederlands is ook de mentor van deze leerlingen, dus hebben ze
het meest met hem te maken. In de derde klas, tijdens de rapportvergadering voor het kerstrapport, wordt er door de docenten gekeken of er leerlingen zijn die in aanmerking komen voor het LWT.
De criteria zijn:
 heeft de leerling een praktijkgerichte leerstijl (gaat het leren in de praktijk gemakkelijk)?
 is de leerling stagegeschikt (gaat het goed op het stagebedrijf)?
 heeft de leerling een duidelijke beroepskeuze gemaakt?
 is er een goede kans op het behalen van een diploma?
De mentor is de begeleider die de leerlingen eens in de twee tot drie weken in de praktijk bezoekt en kan helpen als zich problemen voordoen.
De leerlingen in een ‘leerwerktraject’ doen examen in de vakken van de beroepsafdeling en Nederlands. Voor deze vakken moeten ze een voldoende halen. Zij volgen een deel van hun beroepsprogramma in de praktijk en worden ook beoordeeld door hun leermeester. Deze beoordeling
telt mee voor hun praktijkcijfer. Het diploma dat de leerling behaalt, is een BBL-diploma met een LWT aantekening.
De leerlingen kunnen na het behalen van hun diploma doorstromen naar niveau twee op het ROC.

Vmbo TL (theoretische leerweg)
In het derde leerjaar theoretische leerweg kiezen leerlingen voor twee sectoren, in het vierde leerjaar wordt de definitieve sector gekozen. Op
De Rietlanden wordt de gemengde leerweg (theoretische leerweg met een praktijkvak) niet aangeboden.
3e leerjaar
Leerlingen volgen naast de verplichte vakken (ne, en, wi, ma1, ckv, lo) 5 keuzevakken, waarvan 2 sectorvakken (nask1, bi, ec), 1 extra taal (fa, du) en
2 vakken uit het vrije deel; 1 vak uit ak,nask2,te en 1 vak uit gs, ma2, sp.
Leerlingen hebben 3 projecten over het jaar verspreid. Het eerste project heet “wat te doen na de TL” en gaat over keuzebegeleiding. Het tweede heet “duurzaamheid” en gaat over ons milieu. Het derde project heet “justitie”en gaat over de afwikkeling van 2 rechtzaken. Dit is tevens een P.O. (praktische
opdracht).
Er zijn 2 cr-weken in de derde periode als voorbereiding op de toetsweken in het 4e leerjaar.
4e leerjaar
Leerlingen volgen naast 2 verplichte vakken (ne, en) één sectorvak en 5 keuzevakken. Ook maken ze tijdens de sectorlessen een sectorwerkstuk dat meetelt voor het examen.

Lessentabel 3e en 4e leerjaar TL
  Klas 3 aantal lessen Klas 4 aantal lessen
Ne
4
3
En
3
4
Wi
3
-
LO
3
2
CKV
1
-
Ma1
2
-
Mentorles
1
1
SL (sectorles)
3
1
Keuze
3
3
Fa 5 vakken 5 vakken
Du
3
4
Ak
3
4
Gs
3
4
Wi
3
4
Nask 1
3
4
Nask 2
3
4
Bi
3
4
Ec
3
4
Mu
3
4
TK
3
4
Hv
3
4
Ma 2
3
4
SO
3
4
Totaal 32 uren 32 uren

Van 4 Tl naar 4 havo

Leerlingen in klas 4 TL die naar 4 havo willen overstappen moeten dat vóór het eindexamen aangeven in een daarvoor bestemd traject dat start in januari. De leerling beoordeelt in dat traject de eigen geschiktheid voor 4 havo middels een door de school verstrekte lijst met criteria. De leerling vult deze lijst in januari en maart in.

Daarnaast brengt het vmbo-team samen met de decaan een advies uit aan de afdelingsleider van de havo. Dit advies is gebaseerd op de volgende criteria:

  • •  een gemiddelde van 6.5 voor de ce-vakken;
  • •  een goede aansluiting van sector naar profiel;
  • •  voldoende resultaten op niet-cognitieve elementen zoals studievaardigheden en studiehouding.

De afdelingsleider van de havo neemt op basis van het uitgebrachte advies een bindend besluit. Hij / zij koppelt dit besluit met argumentatie terug naar de leerling en de ouders. Als een leerling een positief besluit krijgt, wordt deze toegelaten tot 4 havo en heeft dezelfde rechten die de andere havo-leerlingen hebben.

De scholen hebben onderling de intentie uitgesproken om een door een school genomen besluit van elkaar over te nemen.

Havo/Atheneum
Leerlingen uit 3 Havo/Atheneum stromen door naar de Tweede Fase. In 4 Havo kiest de leerling één van de vier profielen, te weten Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij, Natuur en Gezondheid of Natuur en Techniek. Naast een aantal voor iedere leerling verplichte vakken, krijgt de leerling die vakken die specifiek bij het gekozen profiel horen. Daarnaast kiest de leerling nog een profielkeuzevak en een vrij keuzevak. De Rietlanden heeft zich bij de keuze van de aan te bieden keuzevakken laten leiden door de zogenaamde doorstroomrechten, d.w.z. die vakken die toegang verschaffen tot zoveel mogelijk vervolgstudies én de mogelijkheid bieden voor doorstroming naar 5 atheneum.
In 4 Atheneum wordt gekozen voor de hoofdrichting Maatschappij of Natuur. In 5 Atheneum volgt de
definitieve keuze voor een profiel, het profielkeuzevak en het keuzevak in het vrije deel.

Lessentabel 3e leerjaar havo/atheneum
  aantal lessen
Ak
3
Du
3
Ec
1
En
3
Fa
3
Gs
3
Kunstv.
2*
ICT
1
LO
2
Mentorles
1
Na
3
Ne
3
Sk
2
Wi
3
Totaal
33
* keuze uit Hv , Te, Mu, extra Sp (2) en La (2)
Lessentabel Tweede Fase
Vaknaam
slu VWO
4V
5V
6V
slu HAVO
4H
5H
Nederlands
480
3
3
3
400
3,5
4
Engels
400
3
2,5
2
360
3
4
Duits
480
3
3
3
400
3,5
4
Frans
480
3
3
3
400
3,5
4
Spaans
480
-
-
-
400
3
3
Maatschappijleer
120
2
0
0
120
2
0
Lichamelijke opvoeding
160
2
1
1
120
2
1
CKV
160
3
0
0
120
2
0
ANW
120
0
2
0
-
-
Wiskunde A
520
3 A/C
3
4
320
3
3
Wiskunde B
600
3 A/B
4
4
360
3
4
Wiskunde C
480
3 A/C
3
3
-
-
Wiskunde D
440
0
4
4
320
3
3
Natuurkunde
480
3
3
3
400
3,5
4
Scheikunde
440
2
3
3
320
3
3
Biologie
480
2
4
3
400
3,5
4
Informatica
440
0
3
3
320
3
3
Aardrijkskunde
440
0
4
4
320
3
3
Economie
480
2
5
4
400
3,5
4
Geschiedenis
440/480
2
3
3
320
3
3
Maatschappijwetenschappen
440
0
4
4
320
3
3
Management & Organisatie
440
0
4
4
320
3
3
Kunstvak
480
2
3
4
320
3
3
Eigenvak: ICT
0,5
0
0
0,5
0
SLU= studielasturen (Totale tijd in lessen en begeleide en onbegeleide studie die de leerlingen gemiddeld aan het vak zullen besteden.)
VWO klas 4 (stromen)
Gemeenschappelijk deel Nederlands  
Engels  
Frans  
Duits  
Maatschappijleer  
CKV  
Lich. Opvoeding  
ICT  
Profieldeel Natuur Maatschappij
Wiskunde A/B Wiskunde A/C
Natuurkunde Economie
Scheikunde Geschiedenis
Biologie Kunstvak
VWO klas 5 en 6 (profielen)
Gemeenschappelijk deel Nederlands  
Engels  
Maatschappijleer  
Duits of Frans MVT2  
ANW  
CKV  
Lich. Opvoeding  
Profieldeel
3 verplichte vakken
NT NG EM CM
Wi B Wi A / Wi B Wi A Wi C
Sk Sk Gs Gs
Na Bi Ec Kunstvak
1 profielkeuzevak Wi D
Bi
Ak
Na
M&O
Ak
MaWe
Ak
MaWe
Vrij deel
één vak kiezen
M&O
MaWe
Bi
Ec
Wi D
M&O
MaWe
Ak
M&O
MaWe
Ak
M&O
MaWe
HAVO klas 4 en 5 (profielen)
Gemeenschappelijk deel Nederlands  
Engels  
Maatschappijleer  
LO  
CKV  
Profieldeel
3 verplichte vakken
NT NG EM CM 1)
Wi B Wi A / Wi B Wi A Du of Fa
Sk Sk Gs Gs
Na Bi Ec Kunstvak
1 profielkeuzevak Wi D
Bi
Info
Ak
Na
M&O
Ak
MaWe
Ak
MaWe
Vrij deel
één vak kiezen
M&O
MaWe
Du
Fa
Bi
Ec
Wi D
Spaans
M&O
MaWe
Du
Fa
Spaans
Ak
M&O
MaWe
Du
Fa
Kunstvak 3)
Spaans
Ak
M&O
MaWe
Du
Fa
Spaans
Opmerkingen:
CM-leerlingen kunnen niet doorstromen naar het VWO
NT, NG of EM leerlingen die willen doorstromen naar het VWO moet Du of Fa kiezen
De keuzemogleijkheid voor het kunstvak bij EM is nog niet definitief
4.3 Onderwijstijd en lessentabellen
De Rietlanden spant zich in de onderwijstijd, het aantal uren dat er voor leerlingen onderwijs wordt verzorgd, maximaal in te vullen. Lesroosters en activiteitenplanning worden zo ingevuld dat de wettelijke normen worden gehaald. Mede om die reden worden per jaar zo veel mogelijk weken
gepland dat de school open is en er onderwijsactiviteiten plaatsvinden. Lessen duren 50 minuten. In uitzonderlijke omstandigheden - het niet kunnen vervullen van vacatures en ziekte bijvoorbeeld - kan het noodzakelijk zijn de lessentabellen tijdelijk aan te passen.
4.4 Lestijden m.i.v. schooljaar 2009 - 2010
Lesuur Tijden
1e uur
08.15-09.05 uur
2e uur
09.05-09.55 uur
PAUZE 1: 09.55-10.15 uur
3e uur
10.20-11.10 uur
4e uur
11.10-12.00 uur
PAUZE 2: 12.00-12.25 uur
5e uur
12.30-13.20 uur
6e uur
13.20-14.10 uur
PAUZE 3: 14.10-14.25 uur
7e uur
14.30-15.20 uur
8e uur
15.20-16.10 uur
Leerlingen in de onderbouw (inclusief het eerste en tweede leerjaar Lwoo) hebben geen tussenuren. Voor leerlingen in de bovenbouw wordt het aantal tussenuren zoveel mogelijk beperkt. Op De Rietlanden telt een lesdag maximaal 8 lesuren, met drie pauzes (de praktijkvakken in de beroepsrichtingen kunnen wel een achtste lesuur ingeroosterd staan; soms is het i.v.m. practica e.d. nodig 8e uren in te roosteren).
De actuele roosterwijzigingen staan op de website: Roosterwijzigingen
4.5 Lesuitval en vervanging
Wanneer een docent in de onderbouw ziek is, vervangt een collega de betreffende les. De invaller is bij voorkeur een vakcollega of een medewerker die de klas ook lesgeeft. Tijdens een invalles wordt er ook daadwerkelijk les gegeven. De geplande les van het vak gaat dus in principe gewoon door. Een klas kan in verband met een zieke docent wel eens een laatste of een eerste uur vrij krijgen. Invallen in de bovenbouw vindt alleen plaats bij centrale repetities en uiteraard bij toetsen in de toetsweken en tijdens het centraal examen. Ook ten tijde van (rapport)vergaderingen wordt ernaar
gestreefd lesuitval zoveel mogelijk te beperken.
4.6 Beoordeling, rapportage en overgangscriteria
In het kader van deze schoolgids gaat het te ver alle beoordelings- en rapportageregels uitvoerig weer te geven. Hieronder volgen enkele belangrijke kenmerken van het systeem van beoordeling en rapportage in de onderbouw (leerjaar 1 en 2) en leerjaar 3 van Havo/Atheneum. Voor het Lwoo (leerjaar
1 en 2) gelden aparte regels. Voor de overige leerjaren wordt verwezen naar de examenreglementen en de Programma’s van Toetsing en Afsluiting (PTA), die voor de bovenbouw Vmbo en Tweede Fase gelden en elk schooljaar voor 1 oktober aan betrokken leerlingen en hun ouder(s)/verzorger(s) ter hand worden gesteld. Tevens liggen ze bij de afdelingsleiders ter inzage.
Beoordeling
• De beoordelingen vinden plaats door middel van cijfers.
• Er wordt onderscheid gemaakt tussen Eigen Werk en Centrale Repetities.
Centrale Repetities zijn schriftelijke toetsen, die voor alle betrokken parallelklassen op hetzelfde moment over dezelfde stof worden gehouden volgens een ruim van tevoren opgesteld en aan de leerlingen bekend gemaakt rooster.
• Dit rooster wordt in het informatieblad “De Rietstengel” opgenomen.
• De stof voor Centrale Repetities (CR) wordt minimaal een week van tevoren aan de leerlingen opgegeven.
• Bij Eigen Werk kunnen allerlei kennis- en vaardigheidsaspecten getoetst worden. Naast schriftelijke overhoringen kunnen bijvoorbeeld ook spreekbeurten en andere presentaties beoordeeld worden.
• Het Eigen Werk omvat tenminste 2 beoordelingen.
• Het eerste trimester kent 1 Centrale Repetitie, het tweede en derde trimester 2 CR’ s, met uitzondering van de creatieve vakken die ook dan 1 CR hebben.
In het derde leerjaar Havo/Atheneum wordt getoetst aan de hand van een zogenaamd reserveringsrooster, waarin de verschillende vakken CR- momenten gereserveerd hebben.
Informatiekunde, Techniek, Tekenen, Handvaardigheid, Muziek en Lichamelijke Oefening hebben geen CR.
Rapportage
· Drie keer per cursusjaar krijgt de leerling een rapport.
· De rapportcijfers komen tot stand door middel van een weging tussen het gemiddelde van de
CR’s en het gemiddelde ven het Eigen Werk.
· Deze weging verschilt per trimester en leerjaar.
· Per rapport krijgt de leerling in het 1e en 2e leerjaar een observatieverslag, waarin
Informatie over het functioneren van de leerling staat. Dit verslag wordt niet gebruikt als overgangscriterium.
Overgangscriteria
In alle betrokken leerjaren gelden de volgende criteria:
· Alle vakken tellen mee.
· Het aantal onvoldoenden op jaarbasis (= het gemiddelde van de drie rapporten per vak) is aan een maximum gebonden.
· Het aantal onvoldoenden op het laatste rapport is aan een maximum gebonden.
Voor een uitvoerige beschrijving van het systeem van beoordeling, determinatie en rapportage wordt verwezen naar de op school aanwezige uitvoeringsnotities. Een iets verkorte versie wordt opgenomen in de eerste Rietstengel van een schooljaar, zodat alle ouders tijdig over de benodigde informatie beschikken. Dit geldt ook voor het Lwoo, waar bijvoorbeeld niet met CR’s wordt gewerkt en de observatieverslagen een belangrijker rol spelen.
4.7 Schoolregels en afspraken
Zoals overal zijn er ook op school regels nodig om ervoor te zorgen dat iedereen zich prettig en veilig kan voelen. Toelating op onze school betekent dat ouders en leerlingen de regels en afspraken die hier verwoord staan accepteren.
Gedragsregels algemeen
Wij gaan ervan uit dat leerlingen en medewerkers zich op school volgens algemene fatsoensregels gedragen. Het komt er op neer dat er met respect met medeleerlingen, medewerkers en de schoolomgeving wordt omgegaan. Dit betekent o.a. dat men:
• geen grove, provocerende of kwetsende taal gebruikt;
• niet pest;
• niet handtastelijk naar anderen is en geen gevaarlijke spelletjes speelt;
• zonder toestemming van andermans spullen afblijft;
• mee helpt zorgen voor een schone omgeving in en om school, door rommel in de daarvoor bestemde bakken te doen, maar ook meewerkt aan de door school ingestelde corveeregeling;
• niet tijdens de lessen snoept of eet;
• in school niet rookt;
• in of om school geen alcohol of andere drugs gebruikt;
• geen overlast bezorgt aan onze buren (Hydron / flats);
• geen mobiele telefoons, MP3- en MP4-spelers of andere lawaai veroorzakende elektronica in de lessen gebruikt;
• geen wapens of vuurwerk mee naar school neemt;
• geen dieren mee naar school neemt;
• aanwijzingen van personeel (leraren en niet-leraren) opvolgt.
Breakpointprotocol en Middelenprotocol
De school onderschrijft het zogenoemde Breakpointprotocol, waarin door de politie is vastgelegd welke gedragingen niet getolereerd kunnen worden en wanneer de politie kan worden ingeschakeld. Het Breakpoint- protocol ligt op school ter inzage. Dit geldt ook voor het zogenaamde Middelenprotocol. In dit protocol staan de maatregelen die de school kan nemen met betrekking tot alcohol- en druggebruik door leerlingen tijdens schooltijden en -
feesten. In elk geval speelt het CAD (Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs) een rol in de preventieve en curatieve zorg naast de ordemaatregelen die de school neemt.
Convenant veiligheid
De scholen voor voortgezet onderwijs in Lelystad hebben samen met het bestuur van de gemeente Lelystad, de regiopolitie Flevoland en het Openbaar Ministerie eenduidige en sluitende afspraken gemaakt over het voorkomen en bestrijden van overlast, vandalisme, crimineel gedrag en het creëren
van een veilig klimaat in en om school. Deze overeenkomst ligt op de administratie van de school ter inzage. De scholen houden zich op grond van de overeenkomst het recht voor om samen met de politie kluisjescontroles toe te passen.
Te laat
Onderbouw
1e en 2e keer:
Volgende dag één kwartier vóór het begin van de eerste les melden.
Vergeten? Dezelfde dag corvee of uur nablijven.
3e keer:
Dezelfde dag 1 uur nablijven / corvee.
Melding aan ouders per brief; brief volgende dag ondertekend terug.
Volgende dag één kwartier vóór begin eerste les melden.
4e keer:
Twee uur nablijven, te beginnen op de dag waarop de leerling de 4e keer te laat komt. Hij/zij mag de les pas in wanneer er contact is geweest met de ouders.
5e keer:
Twee uur nablijven, te beginnen op de dag waarop de leerling voor de 5e keer te laat komt. Telefonisch contact met ouders en melding aan Leerplicht.
NB.
Een kwartier na het begin van de les wordt een leerling niet meer toegelaten tot de les; hij/zij maakt dan meteen een afspraak met de afdelingsleider om het uur dezelfde dag in te halen.
Bij afwezigheid van de conciërge, meldt een laatkomer zich bij één van de afdelingsleiders.
Bovenbouw
1e en 2e keer:
Volgende dag acht uur melden (of bij eerste twee uur vrij: negen uur).
Vergeten? Dezelfde dag corvee of uur nablijven.
3e keer:
Dezelfde dag 1 uur nablijven / corvee.
Melding aan ouders per brief; brief volgende dag ondertekend terug.
Volgende dag acht uur melden (of bij eerste twee uur vrij: negen uur).
Vergeten? Dezelfde dag corvee of uur nablijven.
4e keer:
Twee uur nablijven, te beginnen op de dag waarop de leerling de 4e keer te laat komt.
Telefonisch contact met ouders en melding aan Leerplicht.
Er uit gestuurd
Wanneer een leerling in de les niet gehandhaafd kan worden, wordt hij/zij naar de conciërge of afdelingsleider gestuurd. De docent geeft werk mee voor dat uur. De afspraken omtrent de vervolgstappen verschillen per afdeling.
Aan- en afwezigheid
De school doet zijn uiterste best spijbelgedrag van leerlingen te voorkomen. Dagelijks worden absenten geregistreerd en wordt er contact opgenomen met thuis, als de reden van afwezigheid niet bekend is. Ouders wordt verzocht hieraan mee te werken door de school ingeval van ziekte, zo
mogelijk voor het begin van de lessen, te informeren. De administratie van de school is hiervoor vanaf 7.30 uur bereikbaar. Verlofaanvragen voor familie- omstandigheden kunnen schriftelijk van tevoren bij de afdelingsleider worden ingediend. Op school zijn voorgedrukte kaarten verkrijgbaar voor het
aanvragen van verlof i.v.m. familie- omstandigheden of doktersbezoek.
Verlof i.v.m. extra vakantie wordt in principe niet verleend. In uitzonderlijke gevallen wordt verwezen naar de leerplichtambtenaar ( zie ook hierna en de bijlage!).
Indien de reden van het verzuim niet duidelijk of niet legaal is, zal de school de leerplichtambtenaar hierover informeren.
Beschikbaarheid voor school
Als een leerling zich niet aan bepaalde regels heeft gehouden, kan een straf worden opgelegd. Straffen zijn bij voorbeeld: vroeger melden, corveetaken uitvoeren, nablijven, extra werk of huiswerk op school maken. De school kan de leerling deze straffen opleggen op schooldagen tussen 8.00 uur en 16.30
uur. Tussen deze tijden moet de leerling dan ook beschikbaar zijn voor de school. Deze zal op haar beurt rekening houden met urgente afspraken en/of verplichtingen van leerlingen zoals doktersafspraken en ziekenhuisbezoek.
Corvee
Leerlingen worden in kleine groepen per toerbeurt ingeschakeld voor schoolcorvee. Gedurende een gedeelte van de pauzes worden zij ingezet bij het opruimen van lokalen. Gangen en aula krijgen direct na de pauze een beurt. In principe komen alle leerlingen enkele keren per schooljaar aan de beurt.
Daarnaast bestaat strafcorvee: leerlingen die regelmatig te laat komen, kunnen – naast andere maatregelen die hun kunnen worden opgelegd – strafcorvee opgedragen krijgen.
Toegangsverbod
In zeer bijzondere gevallen (acute bedreigende situaties) kan aan (ex)leerlingen, ouders en andere personen de toegang tot de school en/of het schoolterrein ontzegd worden.
Toelating, schorsing, uitschrijven en verwijdering, leerplicht en verlof Bij het toelaten, schorsen, uitschrijven en verwijderen van leerlingen heeft de school zich aan allerlei regels te houden. Dit geldt ook bij het al dan niet verlenen van verlof. Uitgebreide informatie over bovenstaande belangrijke aangelegenheden staat in de bijlage.
4.8 Vakantierooster
Het vakantierooster voor het cursusjaar 2009 - 2010 ziet er als volgt uit:
Herfstvakantie
Kerstvakantie
Voorjaarsvakantie
Paasvakantie
Meivakantie
Hemelvaart
Pinksteren
Zomervakantie
19 oktober 2009 t/m 23 oktober 2009
21 december 2009 t/m 1 januari 2010
22 februari 2010 t/m 26 februari 2010
2 april 2010 t/m 5 april 2010
29 april 2010 t/m 7 mei 2010
13 en 14 mei 2010
24 mei 2010
12 juli 2010 t/m 27 augustus 2010
Een overzicht van de vakanties (en ook de activiteitenplanning) wordt in het informatieblad ‘De Rietstengel’ opgenomen. Dit blad krijgen de ouders/verzorgers vier keer per jaar thuisbezorgd.
4.9 Benodigdheden
Vanzelfsprekend heeft elke leerling een aantal algemene studiebenodigdheden nodig zoals een schoolagenda, schrijfgerei (pennen, potloden, gum e.d.), liniaal, lijmstift, een eenvoudige passer, gewone schriften, een multomap (23-rings) met inhoud. Daarnaast zijn er per vak specifieke aanschaffen noodzakelijk.
Voor de brugklassers worden de benodigdheden vermeld in een brief die ruim voor het begin van het schooljaar aan hen wordt opgestuurd. Voor de overige leerjaren geldt, dat vak- specifieke benodigdheden aan het begin van het schooljaar door de vakdocenten worden aangegeven.
Enkele benodigdheden worden met korting onder bemiddeling van school verkocht, zoals de kokskleding voor consumptieve technieken.
5. Inspraak, medezeggenschap en informatie
Er wordt veel aandacht besteed aan het geven van informatie en aan inspraak van ouders en leerlingen. Goede communicatie met leerlingen en ouders / verzorgers vinden we erg belangrijk en we trachten daarbij zo veel mogelijk openheid te betrachten. Om de meningen te peilen en het meedenken te stimuleren zijn er naast de gebruikelijke organen in het proces van democratische besluitvorming klankbordgroepen geformeerd.
Elk orgaan (medezeggenschapsraad, ouderraad, klankbordgroepen en personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad) regelt zijn eigen besluitvormingsprocedures.
5.1 Medezeggenschapsraad (MR en GMR)
De school heeft (net als alle scholen voor voortgezet onderwijs) een medezeggenschapsraad. Ouders, leerlingen en medewerkers maken er deel van uit. De medezeggenschapsraad vergadert periodiek (ongeveer zes maal per jaar).
In deze raad komen alle zaken aan bod, die voor de school belangrijk zijn. Als voorbeeld kunnen schoolplan, formatieplan en financiën van de school genoemd worden. Voor een volledig overzicht van zaken, waarin de medezeggenschapsraad advies dan wel instemming heeft, wordt verwezen naar het
reglement van de medezeggenschapsraad. In het schooljaar 2009-2010 zal de personele bezetting van de MR door het (gedwongen) aftreden van enkele leden iets anders van samenstelling zijn dan in het schooljaar 2008-2009. In dat jaar was de samenstelling als volgt:
Ouders - Mw. Vinke, Dhr. F. van den Brink, Dhr. D. Bril
Leerlingen - Mw. W. Alaradi, Dhr. A. Visschedijk, Dhr. B. van der Molen
OOP - Mw. E. Bos, Mw. I. Koot
OP - Mw. D. Eriks, Mw. S. Klomp, Mw. A. van der Steen, Dhr. K. Mantje,
De rector van de school woont als adviseur de vergadering van de MR bij en voert namens het Bevoegd Gezag overleg met de MR.
Namens de leerlingen heeft Berend v.d. Molen, namens het OOP mw. I. Koot en namens het OP heeft mw. S. Klomp zitting in de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). Mevrouw Klomp is penningmeester van de GMR, dhr. J. Grimbergen (SGL) voorzitter.
5.2 Ouderraad (OR)
De ouderraad is bevoegd om desgevraagd of uit eigen beweging aan de medezeggenschapsraad en / of schoolleiding adviezen uit te brengen over alle zaken die van belang gevonden worden. De ouderraad vergadert ongeveer zes keer per jaar. Vertegenwoordigers van de ouders in de medezeggenschapsraad hebben, zo mogelijk, zitting in de ouderraad.
Eenmaal per jaar houdt de ouderraad een algemene jaarvergadering, waarvoor alle ouders van leerlingen worden uitgenodigd en verantwoording afgelegd wordt. Vaak komt op de algemene jaarvergadering ook een voor ouders belangwekkend thema aan de orde.
De ouderraad bestaat uit de volgende leden:
Mw. H. van Diggelen
Mw. M. Laagkemper
Mw. A.M. Langezaal
Mw. D. van Nimwegen
Mw. J. Vinke
Dhr. H.Terbach, rector, treedt op als adviseur.
5.3 Klankbordgroepen
Er zijn mede in het kader van de kwaliteitsbewaking klankbordgroepen geformeerd. Via deze klankbordgroepen organiseert de school mogelijkheden waarop ouders/verzorgers en leerlingen zich kunnen uitspreken over wat er onder hen leeft met betrekking tot de (organisatie van de) school. Daar
kan de school haar voordeel mee doen. Op haar beurt kan de school bepaalde problemen aan leerlingen en ouders/verzorgers voorleggen om zodoende de opvattingen van die kant te horen. Een klankbordgroep is geen besluitvormend orgaan. In de klankbordgroep zitten ongeveer 6 ouders/verzorgers per leerjaren, het liefst gerekruteerd uit de verschillende klassen. Bijeenkomsten van een klankbordgroep worden zo’n vier keer per jaar georganiseerd door afdelingsleiders en de rector.
Er is gekozen voor een groeimodel. Op dit moment zijn er klankbordgroepen van ouders/verzorgers van het eerste, tweede en derde leerjaar. Uiteindelijk is het de bedoeling dat er voor elk leerjaar een klankbordgroep is.
Er zijn nog geen geïnstitutionaliseerde klankbordgroepen van leerlingen. Wel worden die eens in de zoveel tijd geformeerd voor een gesprek met de afdelingsleider. Klankbordgroepen kunnen de school met name informeren over zaken als:
• Lesprogramma
• Roosters
• Huiswerkdruk
• Evenementen, excursies en buitenschoolse activiteiten
• Veiligheid in en om school
5.4 Leerlingenstatuut
De Rietlanden heeft een leerlingenstatuut. Hierin staan plichten en rechten van leerlingen. Het leerlingenstatuut ligt op school ter inzage en wordt op verzoek aan belangstellenden verstrekt.
5.5 Contacten tussen ouders en school
Een regelmatig contact tussen ouders en school wordt zeer belangrijk geacht. In de activiteitenplanning van de school zijn zes mentorspreekavonden en drie medewerkersspreekavonden opgenomen. Er worden spreekavonden gepland na elke rapport- of toetsweekvergadering, zodat ouders en leerlingen met de mentor en / of vakdocent kunnen spreken over de resultaten en het gedrag van de leerling. Aan het begin van het cursusjaar - en indien nodig op andere momenten - worden voorlichtingsavonden voor ouders over inrichting van het onderwijs of anderszins georganiseerd. Natuurlijk is het altijd mogelijk telefonisch contact te zoeken met docenten, decaan, mentor, afdelingsleider of rector.
5.6 De Rietstengel
Vier keer per jaar verschijnt De Rietstengel. In dit blad worden ouders geïnformeerd over allerlei zaken die op dat moment in de belangstelling staan. Bijdragen van leerlingen en medewerkers wisselen elkaar af. Het vakantierooster en de activiteitenplanning worden eveneens in het Infoblad opgenomen.
6. Functionarissen
In dit hoofdstuk treft u een overzicht aan van de functionarissen die op school een belangrijke rol spelen in de contacten met ouders en leerlingen. Hun namen vindt u ook in de naam- en adreslijst aan het eind van deze gids (hoofdstuk 11).
Alle functionarissen zijn telefonisch bereikbaar via het centrale nummer van onze administratie: 0320- 295959. Van daaruit wordt u doorverbonden. Indien een functionaris niet bereikbaar is, wordt u op een later tijdstip door hem of haar teruggebeld.
6.1 Schoolleiding
De schoolleiding bestaat tijdens het cursusjaar 2009-2010 uit één functionaris: de rector. Zijn taken liggen vooral op het strategisch beleidsvlak en het aansturen van de afdelingsleiders. In voorkomende gevallen kan via de administratie een afspraak gemaakt worden.
6.2 Afdelingsleiders
De afdelingsleiders zijn verantwoordelijk voor de (mede)ontwikkeling en de uitvoering van het beleid en de dagelijkse gang van zaken in hun afdeling. Zij hebben namens de schoolleiding de bevoegdheid kwesties m.b.t. leerlingen en medewerkers af te handelen. Via hen lopen de verlofaanvragen. Zij spreken leerlingen die zich niet aan de regels houden aan en kunnen, zo nodig, sanctionerende maatregelen treffen. De afdelingsleider is meestal ook de persoon die belt als een kind zonder dat wij weten wat er aan de hand is, niet op school is. Ouders kunnen contact opnemen met de afdelingsleider, als zij nadere informatie wensen over de gang van zaken in een afdeling.
6.3 Conciërges
De conciërges zijn de mensen die ervoor zorgen dat de school als een geoliede machine loopt. Leerlingen die te laat komen melden zich bij hen. Zij vangen leerlingen op die een ongelukje gehad hebben, regelen de eerste hulp en / of zorgen voor het inschakelen van een arts, voor vervoer etc. De
conciërges helpen leerlingen die spullen kwijt zijn, hun garderobekastje niet open kunnen krijgen of hebben gewoon wat tijd voor een leerling die even komt buurten of wat aandacht nodig heeft. Als ouders hun kind komt ophalen, wijzen zij die de weg. Ook voor huishoudelijke zaken zijn zij de
informatiebron voor ouders.
6.4 Mentoren
Mentoren zijn leraren die naast hun lesgevende taak een aanvullende rol spelen bij de begeleiding van leerlingen. Zij geven extra aandacht aan de leerlingen voor wie zij verantwoordelijk zijn. De mentoren zijn tevens contactpersoon tussen ouders en school en zorgen voor het informeren van ouders / verzorgers over het wel en wee en de vorderingen van hun kind. Zo nodig bemiddelen zij tussen leerlingen en collega-docenten.
6.5 Studiebegeleiders
Studiebegeleiders zijn docenten met als extra taak het helpen van leerlingen met leer- en/of studieproblemen.
6.6 Decanen
De Rietlanden heeft twee decanen, één voor het 2e leerjaar en het Vmbo en één voor Havo/Atheneum. Zij kunnen de leerlinge en de ouders informeren en adviseren over opleidingsmogelijkheden binnen en buiten de school. Zij verzorgen voorlichtingsbijeenkomsten op dit gebied, maar men kan ook een
gesprek op afspraak plaatsvinden.
6.7 Orthopedagoog
De orthopedagoog heeft als belangrijke taak het testen van leerlingen en het begeleiden van leerlingen met specifieke leer- en gedragsproblemen. Ouders kunnen een gesprek met de orthopedagoog aanvragen.
7. Financiën
7.1 Financiële middelen
Scholen voor voortgezet onderwijs worden door de overheid op basis van het leerlingenaantal gefinancierd. De school beschikt over financiële middelen die afkomstig zijn uit de volgende bronnen:
Χ De subsidiebijdrage van de landelijke overheid (in de vorm van een zogeheten ‘lumpsumfinanciering’, wat inhoudt dat er een som geld beschikbaar wordt gesteld die de school binnen grenzen naar eigen goeddunken mag besteden om het onderwijs adequaat vorm te geven)
Χ Tegemoetkomingen in het kader van het huisvestingsplan van de Gemeente Lelystad
Χ Bijdrage van de Ouderraad van SG De Rietlanden
Χ Sponsoring
Χ Verhuur van ruimten
Wat betreft de sponsoring houdt de school zich aan de afspraken die zijn vastgelegd in een convenant, waarin het ministerie, besturenorganisaties, ouderorganisaties, de consumentenbond en nog enkele andere organisaties gedragsregels hebben afgesproken. Sponsorgelden worden vooral besteed aan het laag houden van de toegangsprijzen voor de schoolfeesten. Elk feest kost 1 euro.
7.2 Ouderbijdrage
Om de aantrekkelijkheid van het onderwijs te vergroten vraagt de ouderraad aan de ouders een ouderbijdrage. De vrijwillige bijdrage is voor het cursusjaar 2009/2010 per gezin € 20.00. Met deze bijdrage ondersteunt de Ouderraad de school financieel op een aantal terreinen. Dit wordt gedaan in
de vorm van een bijdrage aan de school Deze terreinen zijn:
1. Sportevenementen en alles wat daarbij komt kijken.
2. De aankleding van school, waardoor de leerlingen zich thuis kunnen voelen in een prettige omgeving.
3. Expressie-aangelegenheden, waaronder materialen en dergelijke voor bijvoorbeeld vakken als Tekenen, Muziek, Handvaardigheid en Culturele en Kunstzinnige Vorming.
4. Het jaarboek voor examenkandidaten, waarin de examenleerlingen eigen teksten schrijven als herinnering aan De Rietlanden.
5. De druk- en bezorgkosten voor ‘ De Rietstengel ’.
6. Overige kosten zoals vergaderkosten en eventuele attenties voor vertrekkende ouderraadsleden.
7.3 Leermiddelen en garderobekastje

Vanaf het schooljaar 2009-2010 maakt de rijksoverheid een vergoeding voor de leermiddelen naar de school over. Er worden door de school dus geen kosten meer bij de ouders in rekening gebracht.
Wel moet er voor het ‘lenen' van de boeken voor de gehele schoolloopbaan op De Rietlanden een borg van €50, - betaald worden. Dit bedrag dient betaald te zijn voordat men aan zijn schoolloopbaan op De Rietlanden begint en wordt aan de ouders terugbetaald als een leerling de school verlaat.
Ieder jaar krijgen de ouders tussen 15 september en 15 oktober een overzicht waarin vermeld staat welk bedrag betaald is en eventueel welke boetes zijn opgelegd. Indien nodig zal de ouders om een aanvulling gevraagd worden, zodat het borgsomsaldo minstens €35, - is (en maximaal €50,-).

Aan elke leerling wordt gratis een garderobekastje ter beschikking gesteld waarvoor een pas wordt uitgereikt. Bij verlies of beschadiging van de pas kan een nieuwe verkregen worden tegen betaling van € 5, =.

Meer informatie kunt u inwinnen bij de administrateur.

7.4 Schade, aansprakelijkheid en verzekeringen
Schade
Als een leerling schade heeft veroorzaakt, worden de ouders / verzorgers hiervan door de school in kennis gesteld. Wanneer er opzettelijk schade aan het schoolgebouw, eigendommen van de school of eigendommen van anderen wordt toegebracht, zullen door de schoolleiding maatregelen worden
getroffen. Schade die aan het gebouw, de inrichting of boeken is toegebracht, zal op kosten van degene die de schade veroorzaakt heeft, worden hersteld. Bij schade dient de leerling een schadeformulier in te vullen, dat op de administratie en bij de conciërges verkrijgbaar is. De leerling levert dit zo
snel mogelijk in bij de conciërge of de administratie.
Aansprakelijkheid
Ofschoon de school alle moeite doet vernieling en vermissing te voorkomen, gaat er wel eens wat mis. Een leerling blijft echter zelf verantwoordelijk voor zijn / haar eigendommen. Er wordt dringend geadviseerd geen kostbaarheden mee naar school te nemen en/of het garderobekastje te gebruiken.
Bij de vraag wie aansprakelijk is voor de schade, gelden de bepalingen van het burgerlijk wetboek. De school stelt zich niet aansprakelijk voor diefstal, verlies en beschadiging van eigendommen van leerlingen, wel kent de school een aantal beveiligingsmaatregelen. De school stelt zich ook niet
aansprakelijk voor de gevolgen van het gebruik van garderobekastjes, fietsenstalling en kleedkamers van de sportzalen.
De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als zij die voor de school actief zijn (bestuursleden, personeel, vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen.
Twee aspecten vormen soms de aanleiding voor misverstanden. Ten eerste is de school / het schoolbestuur niet (zonder meer) aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat
door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar is gebaseerd op een misverstand. De school heeft pas een schadevergoedingsplicht wanneer er sprake is van een verwijtbare fout. De school (of zij die voor de school optreden) moeten dus te kort zijn geschoten in hun rechtsplicht. Het is mogelijk dat er schade wordt geleden, zonder dat er sprake is van enige onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld tijdens de gymnastiekles wordt er een bal geschopt. Deze komt op een bril van een leerling terecht en de bril is kapot. Die schade valt echter niet onder de aansprakelijk, is daardoor niet verzekerd en wordt dan ook niet door de school vergoed.
Ten tweede is de school niet aansprakelijk voor schade door onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Als zij jonger zijn dan 14 jaar, gaat deze verantwoordelijkheid over op hun ouders. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of de ouders) verantwoordelijk voor. Het wordt daarom dringen aan ouders/verzorgers geadviseerd zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
Verzekering
De school heeft de leerlingen collectief verzekerd tijdens excursies en dergelijke. Ook is er een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. Bij de collectieve ongevallenverzekering is sprake van een schooldekking voor de bedragen die in de polis genoemd zijn. Het gaat om uitkeringen bij
overlijden of invaliditeit. Bij blijvende invaliditeit wordt naar de mate van invaliditeit uitgekeerd. Hoe die uitkering is opgebouwd, staat in de polis vermeld. Invaliditeit als gevolg van ziekte of bijvoorbeeld een operatie is niet gedekt, tenzij die ziekte of operatie een direct gevolg is van een ongeval. Er worden
geen kosten vergoed die gemaakt zijn op het gebied van schade aan kleding, brillen, prothesen, fietsen, auto’ s, vermissing uit garderobes enz. Evenmin worden geneeskundige kosten vergoed.
Een ongevallen- en aansprakelijkheidsdekking is van toepassing bij een schoolreis als deze een schoolactiviteit betreft. Dit is een activiteit waarvan de schoolleiding op de hoogte is en waarvoor zij haar toestemming gegeven heeft. Of ouders en / of vrijwilligers een en ander organiseren zonder dat er
docenten of schoolleiding bij aanwezig zijn, is niet relevant. In zo’ n geval is de schooldekking bij een meerdaagse reis dus gedurende 24 uur per dag van kracht. Eerst gelden de eigen verzekeringen. Zijn die er niet of onvoldoende, dan kan er een beroep op de reisverzekering gedaan worden voor de in de
polis genoemde bedragen per verzekerde. Voor zover van toepassing dus ook schade aan reisbagage, verloren paspoorten en rijbewijzen enz. Ook extra kosten zoals telefoon- en telegramkosten zijn volgens de in de polis opgenomen waarden verzekerd. Voor alle schadegevallen geldt een eigen risico
van € 50,= per gebeurtenis. Voor inzage in de polisvoorwaarden of nadere informatie, kan contact opgenomen worden met het hoofd van de administratie.
7.5 Tegemoetkoming studiekosten
Voor leerlingen jonger dan achttien jaar kan een tegemoetkoming in de studiekosten worden aangevraagd. Het bedrag van de tegemoetkoming is afhankelijk van het inkomen van ouders of verzorgers. Aanvraagformulieren zijn op de administratie van de school verkrijgbaar. Leerlingen van
achttien jaar vallen met ingang van het kwartaal dat volgt op de achttiende verjaardag onder de Wet Studiefinanciering 18+. Hun wordt aangeraden tijdig voor de achttiende verjaardag het aanmeldingsformulier WSF18+ op de administratie van de school af te halen. Ook leerlingen die ouder
zijn dan achttien jaar vallen onder deze regeling, die in de plaats van de kinderbijslag is gekomen. Voor nadere informatie kan men zich altijd tot de administratie en decanen van de school wenden.
8. Veiligheid, cameratoezicht, mobieltjes, internet en privacy
De Rietlanden wil een veilige school zijn. Pas als leerlingen en medewerkers zich veilig voelen zullen ze zich optimaal ontwikkelen. In de lessen komen aspecten van (on)veiligheid regelmatig aan de orde. Zo worden alle brugklassers in de eerste lesweken gewezen op de algemene veiligheidsmaatregelen
binnen De Rietlanden. Tevens wordt met ze besproken, hoe te handelen bij een eventuele ontruiming van het gebouw. Elk jaar wordt er minimaal 1 ontruimingsoefening gehouden. In verschillende leerjaren organiseert de school projecten m.b.t. veiligheid en het voorkomen van geweld.
Een veiligheidsbeleidsplan wordt in het najaar van 2009 vastgesteld. Vanaf dat moment liggen er exemplaren van bij de afdelingsleiders ter inzage.
Om het veiligheidsgevoel te vergroten en eigendommen van leerlingen en medewerkers beter te beschermen zijn op enkele plaatsen in school zichtbaar en niet-zichtbaar camera’s geplaatst. De snelle technische ontwikkelingen van de mobiele telefonie en elektronische communicatie vragen
ook om afspraken.
Zo is het niet toegestaan met moderne elektronica (MP3en MP4-spelers, fototoestellen, mobieltjes etc.) foto- en geluidsopnamen van leerlingen en/of medewerkers te maken zonder uitdrukkelijke toestemming vooraf. Immers, we hebben wederzijds respect hoog in het vaandel staan. Mobiele telefoons mogen niet in de klaslokalen gebruikt worden. Als de telefoon van een leerling tijdens een les zichtbaar aanwezig is, kan de docent het toestel innemen. De leerling kan dat toestel aan het eind van de betreffende schooldag bij de afdelingsleider ophalen. Als dit een leerling een tweede keer overkomt, dan krijgt de leerling de telefoon eerst na een week (5 schooldagen) via de afdelingsleider terug. Bij een derde keer kunnen de ouders de telefoon na een maand bij de afdelingsleider ophalen.
Voor wat het gebruik van internet betreft, wordt hier volstaan met de verwijzing naar het Protocol Elektronische Communicatie, dat met leerlingen en medewerkers wordt besproken. Met name de ‘netetiquette’ wordt onder ieders aandacht gebracht. Het protocol is voor belangstellenden op school
verkrijgbaar.
Vanzelfsprekend hanteert de school de wettelijke voorschriften m.b.t. privacygevoelige informatie en hoopt door bovenstaande maatregelen en afspraken deze op een nuttige manier te hebben in- en aangevuld.
9. De kwaliteit van De Rietlanden
Scholen moeten zich steeds meer gaan verantwoorden voor de prestaties die ze leveren. Die kwaliteit wordt door verscheidene factoren bepaald. Een rol spelen de deskundigheid van het docententeam, de inrichting van het gebouw, de mate waarin leerlingen zich op school thuis voelen, de wijze waarop
ouders bij de school betrokken worden, de manier van communiceren en natuurlijk de behaalde schoolresultaten.
De schoolresultaten worden zichtbaar gemaakt op de zogenoemde opbrengstenkaart. Deze kaart wordt door de onderwijsinspectie opgesteld en geeft weer welk percentage leerlingen elk jaar slaagt, hoe de doorstroming van leerlingen door de school is en hoe de resultaten van de school zich
verhouden tot de landelijke cijfers.
Op De Rietlanden is gekozen voor het systeem waarin leerlingen op basis van een bindend advies doorstromen naar het derde leerjaar Havo/Atheneum of het derde leerjaar Vmbo (theoretische leerweg, basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg). In principe gaat elke leerling
over naar het 3e leerjaar. Zittenblijven in het eerste of tweede leerjaar komt weinig voor. Het rendement van onze heterogene onderbouw laat zich moeilijk meten met het landelijk gemiddelde, omdat exacte gegevens ontbreken op de kwaliteitskaart vanwege het ontbreken van instroomgegevens: lang niet alle basisscholen in Lelystad doen mee aan de CITO- toets. In de bovenbouw geldt in elk leerjaar een regeling die bepaalt of de leerling over is of niet. Veel leerlingen in de bovenbouw kiezen voor een extra vak. Dit wordt zo lang mogelijk meegenomen. Het aantal vroegtijdige schoolverlaters ligt laag. De opbrengstenkaart van De Rietlanden kan ook via internet worden bekeken. De Rietlanden scoort in alle afdelingen voldoende. De afdeling kaderberoepsgericht wordt zelfs als excellent beoordeeld. In onderstaande tabel staan de leerlingenaantallen en de (afgeronde) slagingspercentages tot en met het tweede tijdvak van het eindexamen in het schooljaar 2008-2009 vermeld.
Afdeling
Totaal aantal leerlingen
Aantal niet geslaagde leerlingen
Aantal geslaagde leerlingen
Percentage geslaagde leerlingen
Atheneum
22
2
20
91%
HAVO
51
12
39
76%
LWT
(leerwerktraject)
4
0
4
100%
VMBO-TL
61
2
59
97%
VMBO-KB
41
0
41
100%
VMBO-BB
25
0
25
100%
Alle afdelingen
204
16
188
92%
De in- door- en uitstroomgegevens over het schooljaar 2008-2009 staan in bijlage 6.
10. Klachtenregeling
De school maakt gebruik van de ‘Klachtenregeling Stichting VOL’ , die in werking is getreden in april 2008. Deze regeling is vastgesteld door het Bevoegd gezag en ligt op school ter inzage. Hieronder een samenvatting van de regeling.
Inleiding
De onderwijswetgeving is met ingang van 1 augustus 1998 gewijzigd in verband met de invoering van de zogenaamde Kwaliteitswet. De inwerkingtreding van de Kwaliteitswet betekent onder meer dat de Stichting voor Voortgezet Onderwijs Lelystad verplicht is om een klachtenregeling vast te stellen en in te voeren. Deze klachtenregeling moet in ieder geval de instelling en werkwijze van een klachtencommissie vermelden, die klachten behandelt. Om die reden heeft het bestuur de onderhavige Klachtenregeling vastgesteld.
Doel
Met deze regeling wordt een zorgvuldige behandeling van klachten beoogd, waarmee het belang van de betrokkenen wordt gediend, maar ook het belang van de school. Het klachtrecht heeft ook een belangrijke signaalfunctie met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. Door deze klachtenregeling ontvangen het bestuur en de school op eenvoudige wijze signalen die hen kunnen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school.
Doelgroep
Een ieder die deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, en van de onder het bestuur SVOL bestaande scholen, kan een klacht indienen. Klachten kunnen betrekking hebben op gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag en personeel of het nalaten daarvan en ook op gedragingen van
anderen die deel uitmaken van de scholen.
Voorfase klachtbehandeling op schoolniveau
Op het niveau van de school bestaat er een voorfase klachtenbehandeling, die de mogelijkheid biedt tot afhandeling van een klacht op schoolniveau. Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in onderling overleg tussen ouders, leerlingen, personeel en schoolleiding op een juiste wijze worden afgehandeld.
De school heeft tot taak klachten zoveel mogelijk te voorkomen. Mocht zich echter een klacht voordoen, dan dient deze klacht op een effectieve manier te worden opgelost. De school gaat er hierbij van uit dat klachten in de regel van eenvoudige aard zijn en in principe binnen school kunnen worden
opgelost. De school heeft bij de afhandeling van klachten de volgende uitgangspunten voor ogen.
Uitgangspunten
In de regel zal de klager zijn klacht mondeling bespreken met de direct betrokkene. Leidt dit contact niet tot een bevredigende oplossing, dan wendt de klager zich mondeling of schriftelijk tot de schooldirectie, die ervoor zorgt dat de klacht wordt afgehandeld. Uitgangspunt is dat de klacht
wordt afgehandeld door de betrokkene/aangeklaagde zelf of als dat niet mogelijk is door zijn direct leidinggevende.
Behoorlijke afhandeling
De afhandeling van de klacht zal op een behoorlijke manier geschieden. Hierbij staat bemiddeling om tot een oplossing te komen voorop. Onder behoorlijke afhandeling van de voorfase klachtenbehandeling valt in ieder geval te verstaan:
het verstrekken van voldoende informatie aan klager;
klager in de gelegenheid stellen zijn/haar klacht toe te lichten;
eventueel informatie vragen aan derden;
afhandeling binnen redelijke termijn (richtlijn is maximaal twee weken) .
Afhandeling schriftelijke klacht
De afhandeling van een schriftelijke klacht geschiedt door een schriftelijke mededeling van de schoolleider aan de klager, waarin wordt aangegeven wat de bevindingen en de conclusies zijn naar aanleiding van de ingediende klacht en hoe op de klacht zal worden gereageerd. Indien de klacht door
bemiddeling is opgelost, wordt aangegeven op welke wijze dat is geschied. Als de klager het niet eens is met deze beslissing dan zal de schoolleider de klager wijzen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de klachtencommissie.
Klachtencommissie
De Stichting VOL heeft een eigen onafhankelijke klachtencommissie. Het adres is:
Klachtencommissie Stichting VOL
Postbus 2310
8203 AH Lelystad.
Rechtstreeks beroep op Klachtencommissie Stichting VOL
Indien de aard van de klacht zo ernstig is dat van de klager niet kan worden gevergd dat hij de klacht eerst op de school indient, kan de klager zich rechtstreeks richten tot de Klachtencommissie Stichting VOL.
Behandeling door Klachtencommissie Stichting VOL
Als een klacht rechtstreeks bij de Klachtencommissie Stichting VOL wordt ingediend zonder dat de klacht op school is behandeld, zal de klachtencommissie nagaan of de klacht van dien aard is dat het niet mogelijk of zinvol is om de klacht eerst op schoolniveau te behandelen.
Als een klacht wel eerst op schoolniveau is behandeld kan de Klachtencommissie Stichting VOL besluiten om de klacht terug te verwijzen naar de school, als er sprake is van nieuwe feiten waarmee men tijdens de behandeling van de klacht door de school geen rekening heeft kunnen houden.
Doorsturen naar landelijke klachtencommissie
De Klachtencommissie Stichting VOL neemt de klacht in principe zelf in behandeling. Als dat echter vanwege een gebrek aan specifieke kwaliteit niet mogelijk is, stuurt de Klachtencommissie Stichting VOL de klacht ter behandeling door naar de landelijke klachtencommissie in Woerden.
Aparte regeling/proceduremogelijkheid heeft voorrang
Voorts dienen klachten waarvoor een aparte regeling en proceduremogelijkheid bij een commissie
bestaat, langs die lijn te worden afgehandeld. Zo kan een klacht die moet worden ingediend bij de commissie van beroep bij examens, niet bij de klachtencommissie worden ingediend. Deze regeling is ook niet van toepassing indien het een klacht betreft tegen een besluit in de zin van
de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB).
11. Functies en namen
Bevoegd gezag : Stichting voor Voortgezet Onderwijs Lelystad
Voorzitter van het bestuur: de heer T. Afman,
p/a Lindelaan 99, 8224 KR Lelystad
Schoolleiding: de heer J. H. Terbach, rector
Secretaresses schoolleiding: mevrouw E. Bos, mevrouw D. Weber
Hoofd administratie/ managementondersteuning: de heer A. Wanningen (o.a. financiële zaken)
Staffunctionaris onderwijsontwikkeling,verantwoording en documentatie de heer B. Huijssoon
Staffunctionaris kwaliteitszorg: de heer P. Nieuwstraten
Afdelingsleiders:  
Brugklassen 1en 2: mevrouw J. Peute, de heer E. Verbraak
Lwoo 1 en 2: de heer D. Koelewijn, de heer D. le Grand
Vmbo theoretische leerweg: de heer K. van der Meer
Vmbo beroepsgerichte leerwegen: de heer G. Straatsma
Havo/Atheneum: mevrouw M. Bruno
Informatie over 1-XTRA mevrouw J. Peute
Informatie over dyslexie mevrouw J. Broshuis
Informatie over faalangst mevrouw R. Kustner
Conciërges: de heer A. Pieterse, brugklassen en
1e en 2e leerjaar Lwoo
  de heer R. Canninga, bovenbouw
(3e t/m 6e leerjaar)
Mentoren:  
Klas afkorting mentor Naam mentor
o1a
Mud
Dhr. L. Mudde
o1b
Has/Roc
Mw. M. de Haas en Mw. C. Rol
o1c
Blk
Mw. E. Blank
o1d
Hca
Mw. C. Hamelink
o1e
Brs
Mw. J. Broshuis
o1f
Joe
Mw. P. Joesten
o1g
Pal
Mw. I. Pals
o1XTRA
Ber
Mw. Y. Berest
L1p
Bec
Mw. M. Beckx
L1q
Ley
Dhr. M. Leysner
M2a
Roo
Dhr. R. de Roo
M2b
Ble
Dhr. G. Bleeker
H2d
Koi
Dhr. J.J. Kooistra
H2e
Gop
Mw. C. Gopie
A2g
Klp
Mw. S. Klomp
A2h
Sep
Mw. I. Scheper
A2j
Noa
Mw. A. Nolles
L2p
Kon
Dhr. D. Koelewijn
L2q
Caa
Dhr. M. Canninga
T3a
Stn
Mw. A.van der Steen
T3b
Stn
Mw. A.van der Steen
B3e
Vul
Dhr. H.v. Vulpen
B3f
Scu
Dhr. P. Schuiling
B3g
Kan
Mw. J. Kanbier
B3h
Scu
Dhr. P. Schuiling
O3w
Bre
Mw. M. van den Bremer
O3y
Jog
Mw. A. de Jongh
O3z
Kus
Mw. R. Kustner
T4a
Dou
Mw. S. van Douwen
T4b
Gld
Mw. C. van Gelder
B4e
Grt
Dhr. R. de Groot
B4f
Lok
Dhr. W. Lok
B4g
Grt/Fra
Dhr. R de Groot en Mw. F. Fränkel
B4h
Lok
Dhr. W. Lok
B4j
Lok
Dhr. W. Lok
H4s
Bem/Hag
Mw. E. Bergsma en Mw. V. Hageman
H4t
Bem/Hag
Mw. E. Bergsma en Mw. V. Hageman
H4v
Vee
Dhr. P. van Veen
A4y
Gro
Dhr. M. Grotenhuis
H5s
Eri
Mw. D. Eriks
H5v
Vee
Dhr. P. van Veen
A5y
Bly/Bre
Dhr. J. Boley en Mw. M. van den Bremer
A6y
Bly/Bre
Dhr. J. Boley en Mw. M. van den Bremer
A6z
Bly/Bre
Dhr. J. Boley en Mw. M. van den Bremer

Studiebegeleiders:
mevrouw J. Broshuis
mevrouw E. Blank
mevrouw R. Kustner
Decanen: de heer P. van Veen, bovenbouw Havo/Ath
de heer J. Nauta, onderbouw en Vmbo
Orthopedagoog: de heer D. Koelewijn
Zorgcoördinatoren: de heer E. Keus, de heer D. Le Grand
Roostermakers: de heer E. van Zoonen, de heer J. Brattinga
ICT - coördinator: de heer W. Schuurmans
Applicatiebeheerder: de heer J. Heemstra, mevrouw I. Koot
Systeembeheerder: de heer J. Heemstra, de heer M. Shewpersad, de heer J. Brattinga
Stagecoördinatoren: de heer J. Nauta, mevrouw W. de Vries
Docentassistente, o.a. maatschappelijke stage: mevrouw A. Bijderwieden. de heer T. Straatsma
Hoofd technische dienst: de heer R. Affourtit
Onderhoudsmedewerkers: de heer G. Veen, de heer A. de Groot
Personeelsfunctionaris: mevrouw A. Kel
Examensecretaris: mevrouw W. Twilhaar
Medewerkster leermiddelen: mevrouw M. de Jong
Medewerkers administratie:

mevrouw E. Bos
mevrouw S. Bonkestooter
mevrouw L. van Dijk
de heer B. Heide
mevrouw A. Immel
mevrouw M. de Jong
mevrouw A. Martina

Mediathecaresse: mevrouw C. Lieman
Technisch onderwijs assistenten: mevrouw W. de Vries, mevrouw H. el Mehdioui,
mevrouw A. Bijderwieden, de heer C. Koffeman
Catering: mevrouw Y. de Lange
Docentencoaches: mevrouw S. van Douwen, de heer R. Rol
Coördinatoren ARBO en bedrijfshulpverlening : de heer R. Affourtit, mevrouw W. de Vries
Bedrijfshulpverleners: de dames A. de Jongh, W. de Vries
de heren R. Affourtit, G. Bleeker, A. Bosman,
R. Canninga, A. de Groot, J. Nauta, G. Veen,
P. Vos, H. van Vulpen, R. v.d. Wal, J. van Zwol
Studiehuisbeheer: de heer P. Rodenburg, mevrouw A. Bijderwieden
Docenten:  
Naam
Afkorting
Vak(ken)

De heer C.P. Amsing

AMS
algemene natuurwetenschappen, maatschappijleer
Mevrouw M. Beckx
BEC
tekenen
Mevrouw C. Beemsterboer
BEE
Engels
De heer J. Bekkema
BEA
lichamelijke opvoeding
Mevrouw Y. Berest
BER
Duits
Mevrouw E.I.M. Bergsma
BEM
economie
Mevrouw A. Bijderwieden
BIJ
technisch onderwijs assistent
Mevrouw N. Binksma-Vink
BIN
Frans
Mevrouw E.M. Blank
BLK
wereldoriëntatie
De heer G.J. Bleeker
BLE
natuuroriëntatie, wiskunde
De heer J.J. Boleij
BLY
wiskunde
De heer E. Booij
BOO
consumptieve technieken
De heer A. Bosman
BOS
biologie, natuuroriëntatie
De heer J. Brattinga
BRA
Informatie- en Communicatietechnologie
Mevrouw M.A.M. van den Bremer
BRE
aardrijkskunde
Mevrouw J.E.N.M. Broshuis
BRS
Nederlands
Mevrouw M.P.C. Bruno
BRU
Engels
De heer C.J.M. Burgers
BUR
management en organisatie, economie
De heer M. Canninga
CAA
wereldoriëntatie, maatschappijleer
Mevrouw G. Davids
DAV
Engels
Mevrouw S. van Douwen
DOU
scheikunde
Mevrouw D.A. Eriks
ERI
Nederlands
De heer H. Esders
ESD
aardrijkskunde
Mevrouw M. Fleurbaaij
FLE
tekenen, culturele- en kunstzinnige vorming
Mevrouw P. Ford
FOR
Informatie- en Communicatietechnologie
Mevrouw F. Fränkel
FRA
biologie, gezondheidskunde
Mevrouw C. van Gelder
GLD
wiskunde
Mevrouw C. Gopie
GOP
Engels
De heer D. le Grand
GRA
lichamelijke opvoeding
De heer R. de Groot
GER
wiskunde
De heer R. de Groot
GRT
consumptieve technieken
De heer M. Grotenhuis
GRO
Duits
Mevrouw M. de Haas
HAS
Nederlands
Mevrouw V. Hageman
HAG
tekenen, culturele- en kunstzinnige vorming
Mevrouw C. Hamelink
HCA
Spaans
Mevrouw I. Hoekstra
HOE
HU
De heer B. Huijssoon
HUY
Nederlands

De heer Th. Immink

IMM

praktijksimulatie, theorie technische vakken in de afdeling administratie, economie

De heer M.A.J. Janssen
JAS
natuurkunde
Mevrouw P.Joesten
JOE
wereldoriëntatie
Mevrouw A. de Jongh
JOG
wiskunde
Mevrouw Y. Kanbier
KAN
gezondheidskunde
Mevrouw S. Klomp
KLP
natuuroriëntatie, gezondheidskunde, Nederlands
De heer D. Koelewijn
KON
wereldoriëntatie
De heer C. Koffeman
KOF
technisch onderwijs assistent
De heer J. Kooistra
KOI
lichamelijke opvoeding
Mevrouw R. Kustner
KUS
Engels
Mevrouw C.M. Lastdrager
LAS
huishoudkunde, uiterlijke verzorging
De heer P.J. Lemmens
LEM
Engels, Frans
De heer M. Leysner
LEY
wiskunde
De heer W. Lok
LOK
lichamelijke opvoeding
De heer K.J. Mantje
MAN
Duits
De heer R. Matthijs
MAS
muziek
De heer K. van der Meer
MEE
Engels
Mevrouw E. Mehdioui
natuuroriëntatie, Frans
De heer L. Mudde
MUD
Nederlands
De heer J.S. Nauta
NAU
biologie, scheikunde, natuurkunde
De heer R.A. Niessen
NIE
natuurkunde, wiskunde
De heer P. Nieuwstraten
NIS
geschiedenis
Mevrouw A. Nolles
NOA
Frans
Mevrouw M. Otten
OTT
Nederlands en wereldoriëntatie
De heer B. Paasman
PAA
economie
Mevrouw I. Pals
PAL
lichamelijke opvoeding
Mevrouw J.B.G. Peute
PEU
Engels
Mevrouw G. Robbers
ROB
automatisering / tekstverwerking, praktijksimulatie in de afdeling administratie
Mevrouw C. Rol
ROC
culturele- en kunstzinnige vorming, tekenen
De heer R. Rol
ROL
Nederlands, culturele en kunstzinnige vorming
De heer R. de Roo
ROO
lichamelijke opvoeding
Mevrouw N. Runge
RUN
Engels, lichamelijke opvoeding
Mevrouw I. Scheper
SEP
geschiedenis, wereldoriëntatie
De heer P. Schuiling
SCU
Nederlands
De heer W. Schuurmans
SUR
culturele- en kunstzinnige vorming
Mevrouw A. van der Steen
STN
maatschappijleer, wereldoriëntatie, geschiedenis
De heer W.E. Steenwinkel
STW
wiskunde
De heer G.P. Straatsma
STR
Informatie- en Communicatietechnologie

De heer T. Stroobach

SOB
geschiedenis, maatschappijleer
Mevrouw W. Twilhaar
TWI
aardrijkskunde
Mevrouw C. van Twuijver
TWY
gezondheidskunde, huishoudkunde
De heer P.G.M. van Veen
VEE
scheikunde
De heer H.L.G. Verbraak
VEB
biologie
Mevrouw E. van Vliet
VLT
wereldoriëntatie, maatschappijleer, Engels
Mevrouw W. de Vries
VRS
technisch onderwijs assistent
Mevrouw N. Voogt
VOO
Engels
De heer P.K.J. Vos
VOS
boekhouden, economie, theorie in de afdeling administratie
De heer H. van Vulpen
VUL
wiskunde
De heer R.J. van der Wal
WAL
handvaardigheid, tekenen, techniek
Mevrouw J. Werkman
WER
Nederlands
Mevrouw E.A.J. van Wittmarschen
WIN
begeleidster en docente time-out-voorziening
De heer B. ter Woerds
WOE
Engels, Latijn, culturele- en kunstzinnige vorming
De heer J. van Zwol
ZWO
techniek, handvaardigheid
     
Bijlage 1
Schorsing en verwijdering
Soms is er geen andere uitweg meer dan het schorsen of van school verwijderen van een leerling. Uiteraard zijn voor deze maatregelen regels en procedures opgesteld. Een zorgvuldige uitvoering hiervan is in het belang van alle partijen. Van leerling, ouders/verzorgers, lokale overheid, maar ook
van de school zelf. Verstandig is om ook altijd de tekst van de Leerplichtwet 1969 erbij te pakken (art. 18 lid 1). Overigens ligt de bevoegdheid tot schorsen bij de afdelingsleider. Bij het overwegen van een schorsing vindt altijd vooroverleg plaats met een collega-afdelingsleider. Docenten doen over het al dan niet schorsen geen uitspraken in de richting van de leerling of de ouders/verzorgers. Bij schorsing en verwijdering langer dan 1 dag moet de leerplichtambtenaar geïnformeerd worden!
Schorsing
Voorwaarden

Een schorsing duurt maximaal 5 schooldagen.
Procedure
De directie informeert de ouders/verzorgers van de geschorste leerling schriftelijk over de reden en de duur van de schorsing. Als de schorsing langer duurt dan 1 dag informeert de directie via internet ook de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar over de reden en de duur van de schorsing.
Als de ouders het niet eens zijn met de schorsing kunnen zij bezwaar maken of beroep aantekenen. De school wijst hen daarop. De rechtsbescherming van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing.
Verwijdering
Sinds de wijziging van de leerplichtwet in 1994 is het vrijwel onmogelijk een leerling te verwijderen. De verantwoordelijkheid voor het verwijderen ligt echter altijd bij het bestuur. Zij is verplicht contact op te nemen met de onderwijsinspectie en ook de leerplichtambtenaar daarin te kennen. Het is als school eveneens aan te bevelen de onderwijswetgeving er nog op na te slaan, wat wel en niet kan voor de eigen onderwijsvorm (PO of VO) en voor het onderwijskarakter (openbaar of bijzonder).
Indien er toch moet overgegaan worden tot een verwijdering dan moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden.
Voorwaarden en procedure
1. De directie informeert de ouders van de leerling schriftelijk over het voornemen tot verwijdering en de reden daarvan. In deze brief staat dat een verzoek om herziening van het besluit binnen 6 weken na dagtekening moet worden ingediend bij de school. Onvoldoende vorderingen zijn nooit
een reden voor verwijdering.
2. De directie stuurt een kopie van deze brief naar de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar.
3. Op de dag van de dagtekening van deze brief begint de directie aantoonbaar te zoeken naar mogelijkheden de leerling op een andere school te plaatsen. Definitieve verwijdering kan alleen plaatsvinden wanneer de directie een andere school bereid heeft gevonden de leerling toe te laten
(geldt alleen voor het voortgezet onderwijs).
4. De directie behandelt het verzoek om herziening en overlegt met de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar en zonodig met andere deskundigen.
5. De directie stelt ouders en leerling in de gelegenheid te worden gehoord.
6. De directie neemt een besluit over het verzoek tot herziening.
7. De directie informeert de ouders schriftelijk binnen 6 weken na de ontvangst van het herzieningsverzoek per brief over de inhoud van het besluit en de mogelijkheid om beroep aan te tekenen. De rechtsbescherming van de AWB (Algemene Wet Bestuursrecht) is van toepassing.
Bijlage 2
Bijlage 3
Verzuimprotocol
Inleiding
Alle jongeren in Nederland moeten naar school, want onderwijs is onmisbaar in de voorbereiding op een zelfstandige positie in de maatschappij. Er is een wet waarin de belangrijkste spelregels staan: de Leerplichtwet. De gemeente heeft de taak er op toe te zien dat alle jongeren ook echt aan het
onderwijs deelnemen. Deze taak wordt uitgeoefend door de leerplichtconsulenten.
Wie is er verantwoordelijk dat de jongere naar school gaat?
In de jaren dat de jongere leerplichtig is, moeten de ouders en/of verzorgers er voor zorgen dat hun zoon/dochter de school bezoekt en alle lessen volgt. Jongeren vanaf de leeftijd van 12 jaar zijn medeverantwoordelijk voor het schoolbezoek. Dit betekent dat de ouders en/of verzorgers en jongeren
vanaf 12 jaar strafbaar kunnen worden gesteld voor het schoolverzuim. De schoolleiding is wettelijk verplicht de afwezigheid nauwkeurig bij te houden en ongeoorloofd schoolverzuim te melden aan de leerplichtconsulent.
Geoorloofd verzuim
Ziekte

Als de leerplichtige jongere ziek is, dan hoeft hij/zij niet naar school. De ouders/verzorgers moeten dit wel zo snel mogelijk aan de school melden. Als de leerplichtige jongere vaak ziek gemeld wordt, kan de school of de leerplichtconsulent aan de schoolarts vragen een onderzoek in te stellen.
Godsdienst of levensovertuiging
Als de leerplichtige jongere godsdienstplichten moet vervullen en hierbij kan buiten de christelijke dagen ook gedacht worden aan bijvoorbeeld joodse en islamitische feest- of gedenkdagen (zoals Joods Nieuwjaar, Loofhuttenfeest, Suikerfeest en Offerfeest), hoeft hij/zij niet naar school. Wel moet het hier gaan om echte plichten. De ouders/verzorgers moeten dit minstens twee dagen tevoren aan de school laten weten. Als richtlijn voor de duur van het verlof geldt één dag per feest- of gedenkperiode.
Gewichtige omstandigheden
Onder andere gewichtige omstandigheden verstaat de Leerplichtwet omstandigheden die buiten de wil van de leerplichtige jongere of ouders/verzorgers zijn gelegen. Voorbeelden hiervan zijn o.a. huwelijk, verhuizing, jubilea, ernstige ziekte familielid enzovoorts. Een vakantie of lang weekend horen niet tot
gewichtige omstandigheden.
Onder ‘andere gewichtige omstandigheden’ moet gedacht worden aan:
-een verhuizing van het gezin
-het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten
-ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten (het aantal verlofdagen wordt bepaald in overleg met de directeur en/of de leerplichtconsulent)
-overlijden van bloed- of aanverwanten
-viering van een 25-,40- of 50-jarig ambtsjubileum en het 121/2-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig (huwelijks)jubileum van bloed- of aanverwanten
De volgende situaties zijn geen ‘andere gewichtige omstandigheden’:
-familiebezoek in het buitenland.
-vakantie in een goedkope periode of in verband met een speciale aanbieding.
-vakantie onder schooltijd bij gebrek aan andere boekingsmogelijkheden.
-een uitnodiging van familie of vrienden om buiten de normale schoolvakantie op vakantie te gaan.
-eerder vertrek of latere terugkeer in verband met (verkeers)drukte.
-verlof voor een kind, omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn.
Vakantiemogelijkheden
Vakantieverlof is geen recht. Maar als één van de ouders/verzorgers een beroep heeft of een bedrijf (bijvoorbeeld agrarische sector, toeristische sector, horeca) waardoor vakantie tijdens de officiële schoolvakantieperiode onmogelijk is, kunnen ouders/verzorgers bij de school vakantieverlof
aanvragen.
Afhankelijk van de omstandigheden zal de directeur van de school hierover een beslissing nemen. Voor het aanvragen van vakantieverlof gelden de volgende regels:
a. De ouders/verzorgers moeten schriftelijk een verzoek indienen bij de schoolleiding, waaruit duidelijk blijkt dat vakantie alleen buiten de officiële schoolvakantie mogelijk is;
b. De aangevraagde vakantieperiode moet de enige mogelijkheid zijn in het schooljaar.
c. De ouders/verzorgers moeten bij hun aanvraag een werkgeversverklaring overleggen, waaruit blijkt dat vakantie alleen buiten de schoolvakantie mogelijk is. (Let wel, een werkgeversverklaring is geen garantie voor het verkrijgen van toestemming);
d. De school mag een leerplichtige leerling slechts éénmaal per schooljaar vakantieverlof verlenen. Dit verlof mag niet langer duren dan 10 schooldagen.
e. Het vakantieverlof mag niet plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het nieuwe schooljaar.
Ongeoorloofd verzuim
Geen redenen voor extra vakantieverlof zijn o.a.:
-het eerder vertrekken of later terugkomen van vakantie om drukte te vermijden
-het vervroegen van de vakantie in verband met lagere prijzen
-het ontbreken van andere boekingsmogelijkheden, ontstaan door te laat boeken – een
-uitnodiging van kennis of familielid om mee op vakantie te gaan buiten de schoolvakanties om
-“er wordt toch geen les gegeven” (bijvoorbeeld de laatste week voor de zomervakantie).
Aanvragen van extra verlof - vakantie of gewichtige omstandigheden
Toestemming voor extra verlof tot en met 10 schooldagen moet worden aangevraagd bij de schoolleiding. Voor verlofperiodes langer dan 10 schooldagen vanwege gewichtige omstandigheden beslist de leerplichtconsulent. Deze vraagt advies aan de schoolleiding. De aanvraag dient door de ouders/verzorgers wel bij de schoolleiding ingediend te worden.
Bezwaar
Tegen de beslissing van de schoolleiding of de leerplichtconsulent kunnen de ouders/verzorgers op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht binnen 6 weken na toezending of uitreiking van de beslissing een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij degene die de beslissing heeft genomen.
Overtreding
Wie zich niet aan de regels van de Leerplichtwet houdt, maakt zich schuldig aan een overtreding, een strafbaar feit. Dit geldt zowel voor de ouders/verzorgers als voor de leerling vanaf 12 jaar. Hiervan wordt zonodig proces-verbaal opgemaakt, wat kan leiden tot een boete, taakstraf of, in het uiterste geval hechtenis. De leerplichtconsulent is bevoegd om (als het echt niet anders kan) een procesverbaal op te laten maken van een ernstige overtreding van de Leerplichtwet. Dit zal overwogen worden als de leerplichtige jongere welbewust van school gehouden wordt en als de ouders/verzorgers niet mee willen werken aan een oplossing voor de leerplichtige jongere. Een proces-verbaal wordt dan naar de Officier van Justitie gezonden, die tot strafvervolging kan overgaan.
Wat doet de school
De ouders/verzorgers mogen van de school verwachten dat er goed op gelet wordt of de leerplichtige jongere aanwezig is. De school moet onmiddellijk contact met de ouders/verzorgers opnemen als men de leerplichtige jongere mist, bijvoorbeeld als er wordt gespijbeld. Als het spijbelen ernstiger wordt, zal de school ook contact opnemen met de leerplichtconsulent. Samen bekijken zij, met de ouders/verzorgers, wat het beste gedaan kan worden om het
schoolverzuim op te lossen. Verlofaanvragen worden altijd individueel beoordeeld. Een aanvraag voor verlof wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ dient zo spoedig mogelijk bij de directeur te worden ingediend (bij voorkeur minimaal acht weken van tevoren).
Als er in het gezin nog meer leerplichtige jongeren zijn die een andere school bezoeken, wordt er contact opgenomen met de directeuren van deze scholen om tot een gemeenschappelijk, eenduidig besluit te komen.
Wat doet de leerplichtconsulent
De leerplichtconsulent heeft naast de administratieve- en opsporingstaak, een taak op het gebied van de maatschappelijke zorg. De leerplichtconsulent probeert vanuit het belang van de leerplichtige jongere een afdoende oplossing te vinden. Hierbij wordt, indien nodig, samengewerkt met diverse
diensten en instellingen op het gebied van individuele en maatschappelijke hulpverlening.
Bijlage 4
Bijlage 5
Bijlage 6
In- en doorstroomgegevens De Rietlanden 2008
 
 
Aan de informatie, data en tijdstippen op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.