Powered by SVOL
_R9A4040
_R9A4019

Overgangscriteria

 

Lees de volledige overgangscriteria op deze pagina of download het document hier.

 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET EERSTE LEERJAAR LWOO

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Eerste klas lwoo Lager dan 5,5

5,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

2e leerjaar LWOO

 

Daarnaast geldt als eis voor bevordering:

  1. Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden:
    maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport.

 

Opmerkingen:

  1. Alle vakken tellen even zwaar mee.
  2. Het observatieverslag geeft ouders, leerlingen en docenten informatie over

het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.

 

BBL of KBL

Alle leerlingen in het LWOO starten met een BBL-pakket. Dit om eenheid te krijgen, zodat iedereen goed kan starten en samen kan werken. Een leerling kan in de derde periode op een KBL-niveau verdergaan, als er in de eerste twee periodes aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Op het eerste en tweede rapport heeft de leerling voor de vakken NE-EN-WI-WO-NO-REVA gemiddeld een 8.0 of hoger.

 

Als de leerling de derde periode van het eerste leerjaar met kaderstof ook goed blijft scoren (hij/zij voldoet aan de overgangscriteria op kaderniveau), kan de leerling in de tweede klas starten met een kaderpakket.

 

Er zijn dus in feite twee determinatiemomenten in het eerste leerjaar:

  • Na het tweede rapport.
  • Na het derde rapport.

 

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA


OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET EERSTE LEERJAAR REGULIER

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Eerste klas regulier Lager dan 5,5

5,5 t/m 6,4

6,5 t/m 7,4

7,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

2e VMBO/TL

2e TL/HAVO

2e HAVO/ATHENEUM

 

Daarnaast geldt als eis voor bevordering:

  1. Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden:
    maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport.

 

Opmerkingen:

  1. Alle vakken tellen even zwaar mee.
  2. Het observatieverslag geeft ouders, leerlingen en docenten informatie over

het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.

  1. In het eerste leerjaar regulier is er eigenlijk geen sprake van een besluit maar van een advies, aangezien ouders er van kunnen afwijken (zie onder het kopje ‘Afwijkingscriteria’). In de andere leerjaren is afwijken niet mogelijk.

 

Afwijkingscriteria

Ouders kunnen het besluit voor plaatsing van hun kind in een tweede klas naast zich neerleggen en kiezen voor plaatsing in een klas met een niveau dat 1 niveau hoger ligt. Binnen twee dagen na de laatste mentorspreekavond in een leerjaar dienen de ouders / verzorgers een met redenen omkleed schriftelijk verzoek in bij de schoolleiding (zie “Bij de overgangscriteria, in beroep gaan tegen een besluit van de overgangsvergadering”). De schoolleiding beslist over dit verzoek voor het einde van het cursusjaar. En houdt zich daarbij aan de volgende afspraken:

 

De ouders van het kind met advies 2vmbo/tl mogen afwijken naar 2 tl/havo als:

1          de leerling bevorderbaar is
2          en het jaargemiddelde voor alle vakken samen 6 of hoger is

3          en het jaargemiddelde van de vakken Ne, En en Wi samen 6.5 of hoger is.

 

De ouders van het kind met advies 2tl/havo mogen afwijken naar 2h/a als:

1          de leerling bevorderbaar is
2          en het jaargemiddelde voor alle vakken samen 7 of hoger is

3          en het jaargemiddelde van de vakken Ne, En, en Wi samen 7.5 of hoger is.

 

Terugplaatsing

De leerlingen die zijn afgeweken van het besluit van de docentenvergadering worden na het eerste rapport in het volgende schooljaar teruggeplaatst naar het geadviseerde niveau 2 vmbo/tl (respectievelijk 2tl/havo) als het eerste rapport in de tweede klas niet voldoet aan de overgangscriteria naar 3 tl (respectievelijk 3 havo/atheneum)

 

Indien een leerling teruggeplaatst is, stroomt die leerling aan het eind van het schooljaar – als de cijfers daarvoor voldoende zijn – door naar de 3e klas die logisch volgt op de 2e. Oftewel naar de derde klas van het oorspronkelijk geadviseerde niveau.

 

Daarnaast geldt – vanzelfsprekend – dat een leerling alleen kan blijven zitten in een klas op het niveau van het oorspronkelijke advies. Als door de ouders van dit advies is afgeweken, is zittenblijven op het hogere niveau niet mogelijk.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET EERSTE LEERJAAR ATHENEUM (PLUSKLAS)

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Eerste klas atheneum Lager dan 5,5

5,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

2e ATHENEUM

 

Daarnaast gelden als eis voor bevordering:
1.      Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden:
maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport.

  1. Van de vakken Ne, En, Wi, Du, Fa, NO en WO zijn er als gemiddeld jaarcijfer maximaal 2 onvoldoende.
  2. Het gemiddelde over de bij punt 2 genoemde vakken is als gemiddeld jaarcijfer minimaal 6.0.

 

Opmerking:

  1. Het observatieverslag geeft ouders, leerlingen en docenten informatie over

het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 

 

 



OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET TWEEDE LEERJAAR LWOO

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Tweede klas lwoo Lager dan 5,5

5,5 t/m 7,4

7,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

3e BBL

3e KBL

 

Daarnaast gelden als eisen voor bevordering:

1         Een leerling moet kunnen functioneren in het volgende leerjaar in de door hem/haar gekozen richting.

2         Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden: maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport.

 

Opmerkingen:

  1. Het cijfer voor wereldoriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor aardrijkskunde en/of geschiedenis.
  2. Het observatieverslag geeft leerlingen, ouders en docenten informatie over het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.
  3. Bij een leerling die niet bevorderbaar is, wordt het besluit van de rapportvergadering door de mentor met ouders en leerlingen besproken en een keuze gemaakt uit de volgende mogelijkheden:
  • het jaar overdoen,
  • het kiezen van een ander vak of andere vakken waarmee de leerling wel bevorderbaar is,
  • het kiezen van een andere sector of afdeling waarvoor de leerling wel bevorderbaar is.

 

BBL of KBL

Leerlingen starten in 2 LWOO met een BBL-pakket, tenzij de resultaten in het eerste jaar deden besluiten met een KBL-pakket verder te gaan (zie 1e leerjaar lwoo). Een leerling met een BBL-pakket kan vanaf de tweede periode op een KBL-niveau verdergaan, als er in de eerste periode aan de volgende voorwaarde is voldaan:

  • Op het eerste rapport heeft de leerling voor de vakken NE-EN-WI-WO-NO-REVA gemiddeld een 8.0 of hoger.

 

Er is in feite één tussentijds determinatiemoment in het tweede leerjaar:

  • Na het eerste rapport.

 

De vergadering kan een leerling ook terugzetten naar BBL-niveau (waarna er dat jaar geen overstap naar KBL meer mogelijk is).

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


 


 

OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET TWEEDE LEERJAAR VMBO/TL

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Tweede klas vmbo/tl Lager dan 5,5

5,5 t/m 6,4
6,5 t/m 7,4

7,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

3e BBL

3e KBL
3e TL

 

Voor overgang naar 3 bbl of kbl geldt daarnaast:

  • Een leerling moet kunnen functioneren in het volgende leerjaar in de door hem/haar gekozen richting.
  • Binnen de te volgen vakken mag voor maximaal 2 vakken een onvoldoende jaarcijfer behaald worden waarbij ten hoogste één cijfer tussen 3,5 t/m 4.4 en geen cijfer lager dan een 3.5.
  • Binnen een te kiezen beroepsrichting mag niet meer dan 1 sectorvak onvoldoende zijn (jaarcijfers 3.5 t/m 5.4).

 

Voor overgang naar 3 tl geldt daarnaast:

  • Een leerling heeft maximaal 2 onvoldoendes op het laatste rapport en maximaal 2 onvoldoendes als gemiddeld jaarcijfer.
  • Een leerling heeft dus ook als gemiddeld jaarcijfer maximaal 2 onvoldoendes voor de te volgen vakken in 3tl, waarbij als extra eis geldt dat ten hoogste één cijfer van 3,5 t/m 4,4 is en geen cijfer lager is dan 3.5.

 

Opmerkingen:

  1. Het cijfer voor natuuroriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor biologie en/of natuur- en scheikunde1 en/of natuur- en scheikunde2.
  2. Het cijfer voor wereldoriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor aardrijkskunde en/of geschiedenis.
  3. Het observatieverslag geeft leerlingen, ouders en docenten informatie over het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.
  4. Bij een leerling die niet bevorderbaar is, wordt het besluit van de rapportvergadering door de mentor met ouders en leerlingen besproken en een keuze gemaakt uit de volgende mogelijkheden:
  • het jaar overdoen,
  • het kiezen van een ander vak of andere vakken waarmee de leerling wel bevorderbaar is,
  • het kiezen van een andere sector of afdeling waarvoor de leerling wel bevorderbaar is.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET TWEEDE LEERJAAR TL/HAVO

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Tweede klas tl/havo Lager dan 5,5

5,5 t/m 7,4

7,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

3e TL

3e HAVO/ATHENEUM

 

Voor overgang naar 3 tl geldt daarnaast:

  • Een leerling heeft maximaal 2 onvoldoendes op het laatste rapport en maximaal 2 onvoldoendes als gemiddeld jaarcijfer.
  • Een leerling heeft dus als gemiddeld jaarcijfer maximaal 2 onvoldoendes voor de te volgen vakken in 3tl, waarbij als extra eis geldt dat ten hoogste één cijfer van 3.5 t/m 4.4 is en geen cijfer lager is dan 3.5.

 

Opmerkingen:

  1. Het cijfer voor natuuroriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor biologie en/of natuur- en scheikunde1 en/of natuur- en scheikunde2.
  2. Het cijfer voor wereldoriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor aardrijkskunde en/of geschiedenis.
  3. Het observatieverslag geeft leerlingen, ouders en docenten informatie over het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.
  4. Bij een leerling die niet bevorderbaar is, wordt het besluit van de rapportvergadering door de mentor met ouders en leerlingen besproken en een keuze gemaakt uit de volgende mogelijkheden:
  • het jaar overdoen,
  • het kiezen van een ander vak of andere vakken waarmee de leerling wel bevorderbaar is,
  • het kiezen van een andere sector of afdeling waarvoor de leerling wel bevorderbaar is.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT HET TWEEDE LEERJAAR HAVO/ATHENEUM

EN TWEEDE LEERJAAR ATHENEUM

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Tweede klas havo/atheneum Lager dan 5,5

5,5 t/m 10

Niet bevorderbaar
3e HAVO/ATHENEUM
Tweede klas atheneum Lager dan 5,5

5,5 t/m 10

Niet bevorderbaar
3e ATHENEUM

 

Voor overgang naar 3 havo/atheneum en 3atheneum geldt daarnaast:

  1. Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden: maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport.
  2. Van de vakken Ne, En, Wi, Du, Fa, NO en WO zijn er als gemiddeld jaarcijfer maximaal 2 onvoldoende.
  3. Van deze onvoldoendes is er als gemiddeld jaarcijfer hooguit één onvoldoende tussen de 3,5 t/m 4.4.
  4. Het gemiddelde over de bij punt 2 genoemde vakken is minimaal 6.0.
  5. Van de vakken Ne, En en Wi is er maximaal één onvoldoende als gemiddeld jaarcijfer.

 

Opmerkingen:

  1. Het cijfer voor natuuroriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor biologie en/of natuur- en scheikunde1 en/of natuur- en scheikunde2.
  2. Het cijfer voor wereldoriëntatie wordt gelezen als het cijfer voor aardrijkskunde en/of geschiedenis.
  3. Het observatieverslag geeft leerlingen, ouders en docenten informatie over het functioneren van de leerling. Het wordt niet gebruikt als overgangscriterium.
  4. Bij een leerling die niet bevorderbaar is, wordt het besluit van de rapportvergadering door de mentor met ouders en leerlingen besproken en een keuze gemaakt uit de volgende mogelijkheden:
  • het jaar overdoen,
  • het kiezen van een ander vak of andere vakken waarmee de leerling wel bevorderbaar is,
  • het kiezen van een andere sector of afdeling waarvoor de leerling wel bevorderbaar is.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 



 

OVERGANGSCRITERIA VANUIT 3BBL en 3KBL

 

De leerling moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen:

 

  1. Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden: maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport.
  2. De leerling voldoet met zijn/haar examenpakket aan de slaag/zakregeling.
  3. De leerling heeft alle handelingsdelen van de derde klas voldoende afgesloten.

 

Opmerkingen:

  1. Voor leerlingen die geen kans hebben op het behalen van een diploma maar naar alle waarschijnlijkheid met certificaten de school gaan verlaten, zal voor het vierde leerjaar een apart traject worden afgesproken.
  2. Per periode moeten de handelingsdelen voldoende worden afgesloten, bij onvoldoende resultaat moet de leerling dit z.s.m. alsnog voldoende afsluiten, hiervoor moet de leerling een afspraak maken met de vakdocent.
  3. Het eindcijfer voor maatschappijleer is het cijfer dat op de cijferlijst bij het diploma in de 4e klas komt te staan. Leerlingen met een onvoldoende voor dit vak wordt nadrukkelijk aangeraden gebruik te maken van de herkansingsregeling aan het eind van elke periode, want dit cijfer is belangrijk bij de slaag/zakbeslissing in het 4e leerjaar.

Als er een onvoldoende (een 5.4 of lager) wordt gehaald, dan staat meteen de eerste onvoldoende op de eindlijst. Daarom is een leerling met een 3 voor maatschappijleer niet bevorderbaar. Immers, met een 3 op de eindlijst is een leerling gezakt.

 

BBL of KBL

Leerlingen die in de derde klas op BBL-niveau starten, kunnen op grond van hun resultaten na het eerste rapport geplaatst worden op KBL-niveau. Een leerling met een BBL-niveau kan vanaf de tweede periode op een KBL-niveau verdergaan, als er in de eerste periode aan een aantal voorwaarden is voldaan:

  • Op het eerste rapport heeft de leerling gemiddeld een 8.0 of hoger.

 

Als een leerling na het eerste rapport niet aan de gestelde criteria voldoet, is het niet mogelijk om tussentijds nog over te stappen van BBL- naar KBL-niveau.

 

Er is in feite één tussentijds determinatiemoment in het derde leerjaar:

  • Na het eerste rapport.

 

De vergadering van het tweede rapport beoordeelt de voortgang (de examenvakken zijn voldoende op KBL-niveau). De vergadering kan een leerling ook terugzetten naar BBL-niveau (waarna er dat jaar geen overstap naar KBL meer mogelijk is)

 

De vergadering van het derde rapport neemt een definitief besluit (zie de overgangscriteria, uiteraard op KBL-niveau).

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 

 



 

OVERGANGSCRITERIA VANUIT 3TL

 

De leerling moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen:

 

  1. Het aantal onvoldoendes is aan een maximum gebonden: maximaal 2 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 2 op het laatste rapport.
  2. De leerling voldoet met zijn/haar examenpakket aan de slaag/zakregeling.
  3. De leerling heeft alle handelingsdelen van de derde klas voldoende afgesloten.

 

 

Opmerkingen:

  1. Per periode moeten de handelingsdelen voldoende worden afgesloten, bij onvoldoende resultaat moet de leerling dit z.s.m. alsnog voldoende afsluiten, hiervoor moet de leerling een afspraak maken met de vakdocent.
  2. Het eindcijfer voor maatschappijleer is het cijfer dat op de cijferlijst bij het diploma in de 4e klas komt te staan. Leerlingen met een onvoldoende voor dit vak wordt nadrukkelijk aangeraden gebruik te maken van de herkansingsregeling aan het eind van elke periode, want dit cijfer is belangrijk bij de slaag/zakbeslissing in het 4e leerjaar.

Als er een onvoldoende (een 5.4 of lager) wordt gehaald, dan staat meteen de eerste onvoldoende op de eindlijst. Daarom is een leerling met een 3 voor maatschappijleer niet bevorderbaar. Immers, met een 3 op de eindlijst is een leerling gezakt.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT 3HAVO/ATHENEUM

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
 

Derde klas Havo / Atheneum

 

 

Lager dan 5,5

5,5 t/m 7,4

7,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

4e HAVO
4e ATHENEUM

 

Daarnaast gelden als eisen voor bevordering:

  1. Een leerling moet kunnen functioneren in het volgende leerjaar in de door hem/haar gekozen vakkencombinatie,
  2. Het aantal onvoldoenden is aan een maximum gebonden: maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport, waarbij voor beide geldt dat geen cijfer lager is dan 3.5.
  3. Bij de vakken die de leerling gaat volgen in het vierde leerjaar mag voor maximaal 2 vakken een onvoldoende jaarcijfer en/of cijfer op het laatste rapport behaald worden, waarbij ten hoogste één cijfer tussen 3.5 t/m 4.4 en geen cijfer lager dan een 3.5.
  4. Het gemiddelde cijfer van de te volgen vakken in de 4e klas moet een 6.0 zijn.
  5. Van de maximaal toegestane 2 onvoldoendes binnen de te volgen vakken in de 4e klas mag er ten hoogste één vallen binnen de vakken Nederlands, Engels en wiskunde, te weten één onvoldoende tussen 4.5 en 5.4 als gemiddeld jaarcijfer. Wanneer de leerling geen wiskunde in zijn/haar pakket kiest, mag er ten hoogste één onvoldoende tussen 4.5 en 5.4 voor de vakken Nederlands en Engels als gemiddeld jaarcijfer staan.

 

Opmerking:

  1. Bij een leerling die niet bevorderbaar is, wordt het besluit van de rapportvergadering door de mentor met ouders en leerlingen besproken en een keuze gemaakt als de vergadering keuzemogelijkheden openliet:
  • het jaar overdoen,
  • het kiezen van een andere richting (op het atheneum) of een ander profiel (op de havo) of een andere afdeling waarin de leerling naar het oordeel van de vergadering wel bevorderbaar is.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT 3ATHENEUM

 

Klas Jaargemiddelde Besluit
Derde klas Atheneum

 

Lager dan 5,5

5,5 t/m 10

Niet bevorderbaar

4e ATHENEUM

 

Daarnaast gelden als eisen voor bevordering:

  1. Een leerling moet kunnen functioneren in het volgende leerjaar in de door hem/haar gekozen vakkencombinatie,
  2. Het aantal onvoldoenden is aan een maximum gebonden: maximaal 3 als gemiddeld jaarcijfer en maximaal 3 op het laatste rapport, waarbij voor beide geldt dat geen cijfer lager is dan 3.5.
  3. Bij de vakken die de leerling gaat volgen in het vierde leerjaar mag voor maximaal 2 vakken een onvoldoende jaarcijfer en/of cijfer op het laatste rapport behaald worden, waarbij ten hoogste één cijfer tussen 3.5 t/m 4.4 en geen cijfer lager dan een 3.5.
  4. Het gemiddelde cijfer van de te volgen vakken in de 4e klas moet een 6.0 zijn.
  5. Van de maximaal toegestane 2 onvoldoendes binnen de te volgen vakken in de 4e klas mag er ten hoogste één vallen binnen de vakken Nederlands, Engels en wiskunde, te weten één onvoldoende tussen 4.5 en 5.4 als gemiddeld jaarcijfer.

 

Opmerking:

  1. Bij een leerling die niet bevorderbaar is, wordt het besluit van de rapportvergadering door de mentor met ouders en leerlingen besproken en een keuze gemaakt als de vergadering keuzemogelijkheden openliet:
  • het jaar overdoen,
  • het kiezen van een andere richting (op het atheneum) of een ander profiel (op de havo) of een andere afdeling waarin de leerling naar het oordeel van de vergadering wel bevorderbaar is.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA 


OVERGANGSCRITERIA VANUIT 4 ATHENEUM

 

Berekening van cijfers van de afzonderlijke vakken:

De cijfers worden berekend volgens de weging zoals aangegeven in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). De cijfers staan, met een voortschrijdend gemiddelde, in de GT-kolom. Aan het eind van het schooljaar vormen de GT-cijfers van een vak samen het jaarcijfer voor dat vak.

 

De leerling wordt bevorderd indien:

  1. Hij/zij niet meer dan drie onvoldoendes heeft op het laatste rapport (P4) en niet meer dan drie als gemiddeld jaarcijfer (GT-kolom), waarbij voor beide geldt dat er geen cijfer lager mag zijn dan 3.5.
  2. Er staat ten hoogste één vijf als eindcijfer in de Overgangskolom voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde

én

  1. Hij/zij voldoet aan de volgende criteria voor de vakken die hij/zij in de 5e klas gaat volgen:
    • Voor alle in de 5e klas te volgen vakken is een 5.5 of hoger behaald ,

óf

  • Voor één van de in de 5e klas te volgen vakken is een cijfer variërend van 4.5 t./m 5.4 behaald, voor de rest van de vakken een 5.5 of hoger

óf

  • Voor één van de in de 5e klas te volgen vakken is een cijfer variërend van 3.5 t/m 4.4 behaald, voor de rest van de vakken een 5.5 of hoger, waarbij het gemiddelde van de cijfers van bovengenoemde vakken in de GT-kolom tenminste 6.0 is, met uitzondering van de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.

óf

  • Voor twee van de in de 5e klas te volgen vakken zijn cijfers variërend van 4.5 t/m 5.4 behaald, voor de rest van de vakken een 5.5 of hoger, waarbij het gemiddelde van de cijfers van bovengenoemde vakken in de GT-kolom tenminste 6.0 is, met dien verstande dat de twee onvoldoendes tussen de 4.5 t/m 5.4 niet beide voor de vakken Nederlands, Engels en/of wiskunde zijn.

én

  • CKV, LO en ICT zijn met voldoende of goed beoordeeld (GH kolom)

 

Opmerkingen:

  1. De cijfers in de SE-kolom (de kolom waarin de cijfers staan die voor het schoolexamen tellen) worden niet betrokken bij de afronding naar de GT-kolom. De SE-cijfers, waar van toepassing, worden meegenomen naar het volgende jaar en vormen daar het P0 cijfer, het begincijfer van het jaar voor het betreffende vak, waarna de cijfers P1, P2 , P3 en P4 volgen.
  2. Het cijfer behaald voor maatschappijleer (verplicht in 4 atheneum) is onderdeel van het combinatiecijfer, dat samen met ANW en het profielwerkstuk gevormd wordt. Dit cijfer heeft geen invloed op de keuze voor het vak maatschappijwetenschappen in de 5e klas.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA


OVERGANGSCRITERIA VANUIT 4 HAVO EN 5 ATHENEUM

 

Berekening cijfers van de afzonderlijke vakken:

De cijfers worden berekend volgens de weging zoals aangegeven in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Deze cijfers staan, met een voortschrijdend gemiddelde, in de GT-kolom. Aan het eind van het schooljaar vormen de GT-cijfers van een vak samen het jaarcijfer voor dat vak. Dit jaarcijfer staat in de aparte Overgangskolom (OV) en bestaat uit een heel getal.

 

Afronding jaarcijfer in de Overgangskolom (OV):

Als het jaarcijfer in de GT-kolom een decimaal bevat, wordt dit cijfer als volgt afgerond:

  • Indien de eerste decimaal na de komma een 4 of lager is, wordt er naar beneden afgrond: 6.4 wordt 6
  • Indien de eerste decimaal na de komma 5 of hoger is, wordt er naar boven afgerond: 6.5 wordt 7
  • Een eventuele tweede decimaal wordt afgekapt: 5.49 wordt 5.4, dus 5.

 

De leerling wordt bevorderd als aan de volgende criteria is voldaan:

  1. Er staan op het 4e rapport (P4) niet meer dan 3 onvoldoendes, te weten cijfers lager dan 5.5 en geen enkel cijfer lager dan 3.5
  1. Er staat ten hoogste één vijf als eindcijfer in de Overgangskolom voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde

én

  1. Alle cijfers in de Overgangskolom zijn 6 of hoger

óf

  • Er staat één 5 in de Overgangskolom en voor de overige vakken 6 of hoger

óf

  • Er staat één 4 en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde van de cijfers in de Overgangskolom tenminste 6.0 is

óf

  • Er staat twee keer een 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde van de cijfers in de Overgangskolom tenminste 6.0 is

óf

  • Er staan één 4 en één 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde van de cijfers in de Overgangskolom tenminste 6.0 is

én

  • Er staat géén 3 in de Overgangskolom

én

  • CKV, LO en ICT zijn met voldoende of goed beoordeeld (GH-kolom)

 

Opmerkingen:

  1. De cijfers in de SE-kolom, de kolom waarin de cijfers staan die voor het schoolexamen

tellen, worden niet betrokken bij de afronding van GT-kolom naar de OV-kolom. De SE-cijfers worden meegenomen naar het examenjaar en vormen daar het P0-cijfer (het begincijfer van het examenjaar voor het betreffende vak) waarna de cijfers P1, P2 en P3 volgen. P0 (waar dat van toepassing is), P1, P2 en P3 vormen het uiteindelijke SE-cijfer voor het vak.

 

  1. Het cijfer voor het vak maatschappijleer, onderdeel van het combinatiecijfer samen met het profielwerkstuk, telt voor de overgang van 4 naar 5 havo als volwaardig cijfer mee. Bij de overgang van 5 naar 6 atheneum telt het cijfer voor ANW – op het atheneum ook onderdeel van het combinatiecijfer – als volwaardig cijfer mee voor de overgang.

 

Zie ook: BIJ DE OVERGANGSCRITERIA


Vrijstellingen

 

Zittenblijven in 4 havo en 4 atheneum

Een aantal vakken sluit af aan het eind van 4 havo en 4 atheneum. De leerling krijgt hiervoor een beoordeling die hij/zij mag laten staan. Dit geldt voor de volgende vakken:

CKV                                  beoordeling V of G

ICT                                    beoordeling V of G

Maatschappijleer           beoordeling: cijfer met één decimaal.

CKV en ICT hoeven niet overgedaan te worden wanneer hier V of G voor behaald is. Leerlingen die CKV en/of ICT niet overdoen volgt zelfstudie-uren.

 

Cijfers kunnen compensatie opleveren voor mindere resultaten. Het vak maatschappijleer telt als volwaardig cijfer bij de overgang. Bij de slaag/zakbeslissing telt maatschappijleer voor 50% in het combinatiecijfer voor de havo en voor één derde in het combinatiecijfer voor het atheneum. De andere 50% van het combinatiecijfer voor de havo bestaat uit het profielwerkstuk. Voor het atheneum gelden ANW en het profielwerkstuk ook elk voor één derde.

 

De leerling heeft twee mogelijkheden:

  • Hij/zij laat het cijfer voor maatschappijleer staan; hij/ zij hoeft dan de lessen maatschappijleer niet te volgen. In plaats van deze uren volgt hij/zij zelfstudie-uren.
  • Hij/zij volgt maatschappijleer opnieuw. Het oude cijfer vervalt, tenzij de leerling hier bezwaar tegen maakt (het nieuwe cijfer is lager dan het oude).

 

Zakken in 5 havo

Het vak lichamelijke oefening is al afgesloten. Echter, De Rietlanden verleent hiervoor geen dispensatie. Dit betekent dat de leerling gewoon de lessen moet volgen.

 

Het vak maatschappijleer, dat afgesloten is aan het eind van 4 havo, telt voor het eindexamen voor 50% in het combinatiecijfer. De andere 50% van dit combinatiecijfer bestaat uit het profielwerkstuk, dat in 5 havo gemaakt wordt.

 

De leerling heeft twee mogelijkheden:

  • Hij/zij laat het cijfer voor het profielwerkstuk staan: het combinatiecijfer uit het jaar van zakken is gelijk aan dat van het jaar van overdoen.
  • Hij/zij doet het profielwerkstuk opnieuw. Het cijfer daarvoor wordt gebruikt voor de berekening van het nieuwe combinatiecijfer, tenzij de leerling hier bezwaar tegen maakt (het nieuwe cijfer is lager dan het oude).

 

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dispensatie voor praktische opdrachten of werkstukken aan te vragen. Dit is echter geen automatisch recht en is gebonden aan een aantal voorwaarden.

  • Ten eerste mag alleen dispensatie voor een praktische opdracht of werkstuk gegeven worden als de praktische opdracht c.q. het werkstuk identiek qua inhoud en weging is aan het betreffende werk van vorig jaar.
  • De vakdocent beslist over het toekennen van de dispensatie, ook als aan voorwaarde 1 hierboven voldaan is. De docent kan van mening zijn dat het herhalen van de praktische opdracht of het werkstuk de kennis van en vaardigheid in het vak vergroot. Het cijfer dat dit schooljaar behaald wordt, telt dan.

De tijd die vrijkomt door vrijstellingen wordt gevuld met zelfstudie-uren (zs-uren).

 

Zittenblijven in 5 atheneum

Eén vak sluit af aan het eind van 5 atheneum. Dat is het vak ANW. De leerling heeft hiervoor een beoordeling (cijfer met één decimaal) die hij/zij mag laten staan.

Het vak maatschappijleer, dat afgesloten is aan het eind van 4 atheneum, telt voor het eindexamen voor 1/3 in het combinatiecijfer. De andere 2/3 van dit combinatiecijfer bestaat uit het vak ANW en het profielwerkstuk, dat in 6 atheneum gemaakt wordt.

 

De leerling heeft twee mogelijkheden:

  • Hij/zij laat het cijfer voor ANW staan; hij/ zij hoeft dan de lessen ANW niet meer te volgen. Het cijfer behaald in het jaar van zittenblijven wordt voor 1/3 meegeteld in het combinatiecijfer. In de plaats van deze uren volgt hij/zij zelfstudie-uren.
  • Hij/zij volgt ANW opnieuw. Het oude cijfer vervalt dan, tenzij de leerling hier bezwaar tegen maakt (het nieuwe cijfer is lager dan het oude).

 

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dispensatie voor praktische opdrachten of werkstukken aan te vragen. Dit is echter geen automatisch recht en is gebonden aan een aantal voorwaarden.

  • Ten eerste mag alleen dispensatie voor een praktische opdracht of werkstuk gegeven worden als de praktische opdracht c.q. het werkstuk identiek qua inhoud en weging is aan het betreffende werk van vorig jaar.
  • De vakdocent beslist over het toekennen van de dispensatie, ook als aan voorwaarde 1 hierboven voldaan is. De docent kan van mening zijn dat het herhalen van de praktische opdracht of het werkstuk de kennis van en vaardigheid in het vak verhoogt. Het cijfer dat dit schooljaar behaald wordt, telt dan.

De tijd die vrijkomt door vrijstellingen wordt gevuld met zelfstudie-uren (zs-uren).

 

Zakken in 6 atheneum

Het vak lichamelijke oefening is al afgesloten. Echter, De Rietlanden verleent hiervoor geen dispensatie. Dit betekent dat de leerling gewoon de lessen moet volgen.

 

Leerlingen maken in de 6e klas het profielwerkstuk.

 

De leerling heeft twee mogelijkheden:

  • Hij/zij laat het cijfer voor het profielwerkstuk staan: het combinatiecijfer uit het jaar van zakken is gelijk aan dat van het jaar van overdoen.
  • Hij/zij doet het profielwerkstuk opnieuw. Het cijfer daarvoor wordt gebruikt voor de berekening van het nieuwe combinatiecijfer, tenzij de leerling hier bezwaar tegen maakt (het nieuwe cijfer is lager dan het oude).

 

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dispensatie voor praktische opdrachten of werkstukken aan te vragen. Dit is echter geen automatisch recht en is gebonden aan een aantal voorwaarden.

  • Ten eerste mag alleen dispensatie voor een praktische opdracht of werkstuk gegeven worden als de praktische opdracht c.q. het werkstuk identiek qua inhoud en weging is aan het betreffende werk van vorig jaar.
  • De vakdocent beslist over het toekennen van de dispensatie, ook als aan voorwaarde 1 hierboven voldaan is. De docent kan van mening zijn dat het herhalen van de praktische opdracht of het werkstuk de kennis van en vaardigheid in het vak verhoogt. Het cijfer dat dit schooljaar behaald wordt, telt dan.

De tijd die vrijkomt door vrijstellingen wordt gevuld met zelfstudie-uren (zs-uren).

 

 

 

_R9A4040
_R9A4019
Design en ontwikkeling CreatieveVrienden.nl
X